donderdag 31 augustus 2017
Nothing but the Best
'I really shouldn't take advantage of you, but of course I shall.' De
Britten kunnen hun eigen klassenstrijd aardig op de hak nemen. Al die
dekselse onderkruipers die uitvreters willen worden. 'Oh god, he's pain
in the... left cheek.' Nothing but the Best bevat haast alleen maar
fijne teksten, en toch wordt het plot nooit beter dan oké. Misschien weet
iedereen gewoon iets te goed waar ze mee bezig zijn. Vanaf de
Bond-achtige titelsong zijn we op bekend terrein. Alles is 'actually',
maar niks voelt realité. Alan Bates draaft op als gold digger. Hij
verlangt naar het privilege van de rijke man. Hardop asociaal kunnen
zijn. Voorlopig analyseert hij op voice-over-toon. Welke baan, welke
geste, welke vrouw. 'She's strictly division 3, but one has to keep in
practice.' Een beetje Whit Stillman in de humoristische berekening. Tot
zijn geluk ontmoet de jongeling het gewenste voorbeeld. Een
aristocratische slacker, die nog een 'bob' moet bietsen om het licht
boven de biljarttafel aan te doen. In de Pygmalion-variatie leert hij
Bates dealen én squashen, gestoken in smetteloos wit uiteraard. De muziek
zet er haha-uitroeptekens bij. Zelfs moet ik het hardst gniffelen om de
naam van het boarding house. The Young Pretender. Voor zo'n talige pun
zou Laurence Sterne een moord begaan. Wacht, een moord... 'Better
re-arrange the past, in case there's any trouble in the future.'
Labels:
Clive Donner,
films uit de jaren '60
The Mouthpiece
'How much confidence can you afford to lose this year?' In mijn
filmzomer kwamen er heel wat advocaten langs. Bij Ophuls, bijvoorbeeld.
En tijdens het eerste seizoen The Wire. Daar loopt het perfecte
archetype rond. Wit, dik en rijk 'steunt' hij de Tower boys in zijn
eigen belang. The Mouthpiece noemde men zo'n gladjakker vroeger terecht
denigrerend. Wikipedia meldt dat deze pre-code film laat zien hoe mensen
in die tijd over advocaten dachten. In die tijd!? Warren William doet
meer dan eens aan Hiddema en Moszkowicz denken. Zijn strafste stunt kan
zo in een moderne serie. Het maffiamaatje heeft het juiste strak gestylede haar, en – na bewezen diensten – ook de ego-snor.
Subversief sigaren rokend sjokt de man door de film, zijn zakken
vullend. Met plezier neemt hij een domme assistente aan, zolang die maar
jong en gewillig oogt. Dat valt hém natuurlijk tegen, want net als The
Scoundrel (same film, different setting) blijkt dit een inkeringsdrama.
Zonder geesten, maar met een jong engeltje (Sidney Fox). De ware redder
van de advocaat is echter zijn secretaresse. Aline MacMahon bekt snibbig
terug, en torent op hakken gigantisch boven de mannen uit. Zij houdt
haar cool wanneer The Public Enemy terugslaat. Ik kreeg tijdens het
spannende slot nog bijna te doen met haar baas. Bijna. 'The answer is in
the back room.'
Labels:
Elliott Nugent,
films uit de jaren '30,
James Flood
woensdag 30 augustus 2017
Loving
'Whatever
happened to fresh oranges?' In bedompt oranje kun je lekker zwelgen.
Zeker met zo'n bruine Bacharach-baslijn erbij. Doe de
seventies-shuffle in soft focus. Lange jassen en laarzen dwalen door een
klaslokaal. Moeders flirten. 'I'm a lot of fun at lunch Brooks.' George
Segal laat het zich met een grimas welgevallen. Hij heeft al een ander.
Én een huwelijk. Zijn midlife crisis piept om de hoek van het
bloemetjesbehang. Een 'big, beautiful 30-year trap'. De scenes met
relatieperikelen worden enigszins verluchtigd door fysieke humor. Segal
werkt als commercieel illustrator. Daarom 'mag' zijn plagerige vrouw
(Eva Maria Saint) even voor bedtijd als model fungeren. Zij brengt driedimensionaliteit in de film. Dapper hunkerend. Ook de dochters
kennen die vreemde man in huis door en door. Wanneer er 's avonds
dronken gestommel klinkt, roepen ze: 'daddy's home!' De tekenaar
knutselt aan zijn 'exteriors', terwijl om hem heen – en grotendeels door
zijn eigen fouten – de 'interiors' instorten. De ontploffing voltrekt zich op een feestje. Natuurlijk. Het suburbia-bal
waar met elk ingenomen cocktail wéér een rem losschiet. Een flauw
James Bond-gadget (gemáákt voor de slotgrap) zorgt voor de laatste klap.
Zedenschets wordt zedenscherts. De regels van het overspel gefopt door
moderne techniek. 'Oh Brooks, you're so middleclass.'
Labels:
films uit de jaren '70,
Irvin Kershner
7 Up / 28 Up
'We knew quite a lot of the faults of
each other.' Het beroemdste naturalistische experiment uit de
filmgeschiedenis? Zola's lab on screen. In eerste instantie ergert me
alle zelfverzekerdheid. Het determinisme. Putting the ego in
egodocument. 'Give me a child until he is seven, and I'll give you the
man.' Zo'n voorspelling werkt een stuk makkelijker, in een land met
duidelijke klassenverschillen. Gelukkig weten de deelnemers dit ook.
Misschien zelfs beter dan de vragenstellers. 'I don't want to answer
those kind of questions.' De eerste aflevering is vooral geinig. Het
gebrek aan meisjes valt op, maar zal later worden goedgemaakt door
mondige echtgenotes. Met 28Up verdwijnt mijn cynisme. Op dat moment gaan
de oude beelden als handvat fungeren. Het verleden praat terug. De
kracht van de Up Series blijft die 'sprong'. Het boerenjongetje dat
compleet verrassend een topwetenschapper wordt. Prep kids die
compleet ón-verrassend de advocaterij ingaan. En natuurlijk, de
herkenning. In 7 Up fascineerde Neil al. Hij maakt de term 'colored
people' fenomenologisch goed belachelijk. ('Zijn dat soms paarse mensen
met rode ogen?') Er is iets 'anders' aan hem... En verdomme, juist hij
belandt aan de rand van de samenleving. De huppelaar sprong met
reden over de steentjes. 'I didn't have enough obstacles to get over.'
Wanhopig positivisme.
dinsdag 29 augustus 2017
The Marrying Kind
'I am gonna do at
least an half hour of thinking, every day.' Dan is ze ten minste stil,
denkt Aldo Ray allicht, wanneer zijn echtgenote Judy Holliday dit plan
ontvouwt. Zelf mag hij ook wel even zijn mond houden, want net als in
Cukor's classic Born Yesterday botsen hier twee onaangename stemmen.
Schuurpapier op gesnerp. We komen het stel tegen in de rechtbank.
Een logische plek voor een flashback. De twee beginnen commentaar op de
beelden te leveren. Ontrafelend waarom het misliep, en vooral, wanneer
het nog wél goed ging. 'We're having some pretty natural noises tonight,
haven't we?' Aldo houdt eerst nog galant het bed voor zijn eega open,
als de deur voor een dame. Toch begint hem de huwelijkse nabijheid snel te
kriebelen. Het breekpunt is tevens hoogtepunt. Zelden valt zó precies
het moment aan te geven, waarop een niemendalletje in een Blue
Valentine-achtig kwaliteitsdrama verandert. Een droom brengt realiteit.
Surrealisme op het postkantoor. Opeens is daar de tragiek van de
onzekere man in een gevangenis. Niet die van het huwelijk, maar die van zijn
hoofd. Zou dat eenzame shot van een leger-foto aan de muur dan toch
iets zeggen? Is dit Salinger's PTTS all over again? De klappen van de
Amerikaanse Droom. Altijd meer willen én moeten. Gewoon geluk wordt
afgestraft. 'Everybody was sliding around, just sliding and sliding.'
Labels:
films uit de jaren '50,
George Cukor
One Foot in Heaven
'Every ugliness in its proper
place.' Veel vromer kom ik ze gelukkig zelden tegen. Fredric March
speelt een priester die van Canada naar de States afzakt. Zijn vrouw
(Martha Scott) staat niet te springen, maar even later zijn ze toch in
Iowa. Helaas valt daar geen mormoon te bespeuren. One Foot in Heaven is
van de mainstream. Methodisten en Baptisten, in meer smaken komt de Heer
der WASPS niet. En steken, ho maar. Iowa schittert onder een
nostalgisch zonnetje, terwijl March zijn 'discipline' predikt. Al snel
begint de attitude van zijn echtgenote op te vallen. Met glimmende ogen
van onderdanigheid volgt ze haar voorganger. Die krijgt altijd gelijk.
'Literally, figuratively and specifically.' De mooiste scenes moeten we
dus in de marges gaan zoeken. Zo wordt er heel humaan een appeltje
gedeeld, aan een gemeentebalie! Het hoogtepunt voor de cinefielen – en
dat zijn de ware gelovigen natuurlijk– zit in het midden. Warner Bros
neemt de personages mee naar de nickelodeon. The Silent Man speelt, en
iedereen wordt zot. Tien minuten magisch meta-genieten, van film in
film. 'Ladies will please remove their hats.' Zelfs bij de priester kan
er een lachje af. Die verruilt hij snel weer voor verhuld
fundamentalisme. Een lieve man in wolfskleren. Nooit meer terug naar
Canada. Dat is de kracht van Vadertje Amerika. 'There's no sense in
arguing.'
Labels:
films uit de jaren '40,
Irving Rapper
maandag 28 augustus 2017
The Scoundrel
'Your
opinion of my work is exquisitely... unimportant to me.' Wonderlijke
combinatie van gevatte grappen en koude levenslessen. De verwarring
begint al tijdens de openingstitels. De titel suggereert een
komedie, maar de weemoedige muziek hint op serieuzere zaken. In een New
Yorkse uitgeverij staan een stel flat characters – pardon, schrijvers –
te wachten op de baas. Die heeft een wild weekendje achter de rug. Enter
Sir Noël Coward. The Scoundrel. Buiten hem stelt het liefdesplotje
(inclusief uiterst moeizame tongzoen) niks voor. Hij máákt de grappen.
En hij zal ook voor het drama zorgen. Met tegenzin. 'I refuse to make
money improving people's morals.' De bleke Engelsman stapt met dat
doorzichtige jongenslijf uit de douche. Net een geest uit de
Pendragonlegende. Niet van deze wereld, maar als 'something in print'.
Coward is geknipt voor zo'n personage. Met zijn ondefinieerbare
kak-accent verheft hij nihilisme tot kunst. Alleen al het fabriceren van
zijn kapsel (met verscheidene kammetjes!) is something to see.
Inmiddels helemaal het mannetje begint hij zijn schrijvers én vrouwen af te
wijzen. Dat zal hem duur komen te staan. De komedie implodeert.
Hitchcock en Dickens vinden elkaar in bedremmelde metafysica. Slim, maar
wel een beetje bedacht. 'Could you materialize long enough to take a
look at the catalogue?'
Labels:
Ben Hecht,
Charles MacArthur,
films uit de jaren '30
The War Game
'This is...' duidelijk een film van
Peter Watkins, zo'n beetje de uitvinder van het docudrama. Eerder
bezocht hij al de krijgers van Culloden, hier pakt hij de zaken moderner
aan. Op het hoogtepunt van de koude oorlog laat hij zien wat er in
Groot-Brittannië gaat gebeuren als de nucleaire oorlog uitbreekt. Een
keten van reacties, met enkel ellende tot gevolg. Zijn punt wordt in een
paar verschroeiende flitsen duidelijk. Wil je werkelijk al die raketten
in de achtertuin hebben staan? Krieg dem Kriege! Wie zichzelf tot de
tanden bewapent gaat, kan ook weinig anders verwachten dan
'retaliation'. De Boulting Bros zouden snel klaar zijn... Eén kernbom en
het is Seven Seconds to Noon. Naast een schat aan distopische taferelen
(een Children of Man avant la lettre) biedt The War Game ook boeiende
reflectie op de praxis. Zo'n 'full scale civilian evacuation' leidt
onvermijdelijk tot gedwongen opvang. Denkend aan Steenbergse
raadsvergaderingen, vrees ik het ergste. Voor de wat te pompeuze
commentaarstem putte Watkins uit afleveringen van het Civil Defense
Bulletin. Ik keek er na afloop een paar. Dat had ik niet moeten doen.
Het droge optimisme verbijsterde bijna meer dan de horrorbeelden. 'Blus
wat brandjes en help de buren.' The War Game misleidt de mensen nergens,
en werd prompt door de BBC verboden. 'This is the wind of a firestorm.'
Labels:
films uit de jaren '60,
Peter Watkins
zondag 27 augustus 2017
Reds
'I'd like to hear more of your revolutionary
concept.' De good ol' lefties van Amerika, ze verschillen in niets van
hun internationale kameraden. Splinters en splitsingen. Hun discussies
verzacht met de cynische humor van gestaalde kaders. Honderd man in een
achterafzaaltje zullen de wereld niet veranderen. Het is eigenlijk al
heel wat dat Hollywood het verhaal durft te vertellen. Op de rand van de
seventies kon dat nog net. Warren Beatty regisseerde, en speelt de
hoofdrol. Hij heeft ambities. In een iets te vlotte, kijk mij eens
progressief doen raamvertelling, doorsnijdt hij het drama met 'The
Witnesses'. Oudebesjes die er écht bij waren. Zij verkondigen rake
teksten. 'Iemand die altijd maar de wereldproblemen aanpakt, heeft er
zelf geen, of weigert zijn eigen problemen onder ogen te komen.' Toch
worden de onderbrekingen wat hinderlijk. Ze vormen een avant
garde-geintje, in een verder brave historie, vol dure beelden en
goedbetaalde namen. Nu wáren de commies natuurlijk rijkelui met een
hobby. Redford en Streisand toonden het eerder al in The Way We Were –
een vergelijkbare NY Times hit. Er is maar één ding dat Reds kan redden.
Rusland. Rokerig en mistig verschijnt dáár de hoop op
magie. De blijdschap die de Revolutie kortstondig bracht, echoot tot in
Amerika. Jack Reed was erbij. 'If you walk out on it now, what's your
whole life meant?'
Labels:
films uit de jaren '80,
Warren Beatty
It's a Gift
'Crackers. Good old
crackers.' Pas na een korte mededeling van de NRA (echt waar!) volgt
deze klassieke komedie van het norse opaatje W.C. Fields. Beesten en
kinderen, these were just a few of the things he hated. Om hem te
stangen kreeg een baby second billing. It's A Gift is zo'n film die
inmiddels lijdt onder de eigen invloed. Alles voelt al bekend. Iedere
grap werd later benut door navolgers. Piekfijn voorbeeld: de echtgenote
van Fields. Een 'older lady' met een zangerige stem, en de luidkeelse
voorkeur om zich beter voor te doen dan ze is. To-máh-toes. Inderdaad,
net Hyacinth uit Keeping Up Appearances. Fields stuntelt als
'family' guy en mislukte supermarktuitbater om deze diva heen. 'Your
father says a lot of things.' Papa schiet met losse flodders. Een
scheerschuimballet met dochter, gebekvecht met het zoontje. Wat een
Schatjes. (Ook in dat soort familie-intolerantie loopt It's a Gift
voorop.) 'Suffering sciatica!' De winkel blijkt – net als in Sausage
Party – een prima plek om de (smeer)boel te versjteren. Toch vond ik de
film in het familieflatje op zijn leukst. Fields fungeert daar als
Babbitt. Hij draagt Nobelprijswinnende middenklassemiserie op de
schouders. Het geld móet binnenstromen. Op naar Californië. Eigenlijk
het begin van een imaginair vervolg. Flodder in Amerika. 'This is
evidently a young orange tree.'
Labels:
films uit de jaren '30,
Norman Z. McLeod
zaterdag 26 augustus 2017
Stevie
'I don't like change.' 'Well, then you'll
be lonely.' Een lesje reciteren uit de Dode Dichters Almanak. Zoals
vaker bij dit soort toneelexercities – het neigt zelfs naar monoloog –
haatte ik de vorm, maar de inhoud raakte me. Daarvoor volstaan dus
eigenlijk de woorden van dichteres Stevie Smith en de stem van Glenda
Jackson. De beelden zijn veelal irrelevant, en soms zelfs onnodig
cheesy. (Flashbacks in sepia...) Voor een luisterboek (of hoorspel)
leidde Stevie echter het perfecte leven. Als typische outsider artist
bleef de soliste haar hele leven bij tante wonen. De twee beleven nooit
wat, maar in die eindeloze verveling broeit de gekte van de reclusieve
kunstenaarsziel. Stevie denkt meestal aan de dood, en reflecteert hierop
in een geheel eigen alledaags modernisme. Hoeveel invalshoeken of
glaasjes water je ook neemt, het leven blijft kut. Ik stelde me voor dat
auntie en Stevie Frans zouden spreken; Resnais zou zich in zijn handen
wrijven! Misschien dat er in die Franse versie nog wel een moord zou
zijn gepleegd. Nu blijft het bij de horror des levens. Stevie was geen
mensenmens, en ze wist het. Ze pelt zichzelf genadeloos af. Vrienden? 'I
love the thought and memory of them just as much.' De verslaving van de
cocon, het thuis van een kindse neurotica. Babbelziek en altijd moe. 'I
have a friend at the end of the world. His name is a breath of fresh
air.'
Labels:
films uit de jaren '70,
Robert Enders
Woodstock
'Say, can I have some of your purple
berries?' Op een akker van niks kwamen ze bijeen, de vermakelijk
gedrogeerden. Mager als wielrenners, wanhopig aan de yoga. Een hele
cultuur opgeblazen tot megafestijn. 'There must've been a million'. Ik
lees aardig goed getimed net de autobiografie van Bruce Springsteen, en hij
heeft weinig positiefs over het festival te melden. Veel te veel drugs.
Zelf stond hij dat weekend nog voor honderd man in een bar te spelen.
Muzikaal is er echter wel een duidelijke verwantschap. Woodstock lijkt
me de Olympus van de Gitaargoden. Belangrijker, in 1969 vindt de
zwarte invloed op de witte rock een uiterst vruchtbare bodem. Nagenoeg
alle bands tappen uit de soulgeschiedenis. In postkoloniale tijden moet
je dan iets opmerken over het gebrek aan zwarte mensen onder het publiek. (1 op 100 lijkt me een progressieve schatting). Gelukkig
zijn Jimi en Richie er wél. Latino Santana behoort tot de 'groovy'
hoogtepunten. De meisjes willen dansen! Vele folkacts worden met een
lamlendig applausje ontvangen. Nee, dan The Who. (Daltrey wint de
haantjesprijs). Van een andere Engelsman kreeg ik de neiging dan toch
eens een album te draaien. Joe Cocker. Mad Dogs & Englishmen wordt niet
voor niets door The Boss geprezen. Rock and soul met een vadercomplexje.
'All my deepest worries must be his cartoons'
Labels:
films uit de jaren '70,
Michael Wadleigh
vrijdag 25 augustus 2017
Henry V
'On your imaginary forces work.' Klaroengeschal en koorgezang begeleiden Oliviers eerste Shakespeare-film. Het is zijn meest toegankelijke. De geschilderde achtergronden lijken wel van Disney, zo zoet. On stage toont Sir Laurence echter ook radicale kanten. Zo begint de adaptatie met een re-énactment van de première van het stuk. Dat is best stoer. Geroezemoes en boegeroep van het voetvolk in The Globe. Een tijdje fungeren ze als levende lachband, met als gevolg een bucolische carnavalssfeer, die Herman Pleij wel zal bevallen. Helaas zijn er geen teksten 'backstage', daar blijft het bij mimiek-geintjes. Net als ik denk, gaan ze dit dan uren volhouden, wordt het toneel alsnog verlaten. Altijd een magisch moment. Een doek wordt Southampton. We duiken 'door de wand'. In Shakespeare's stukken zijn de dromen en visioenen toch altijd al het meest poëtisch. William Walton schreef er aardige strijkjes bij. 'Our scene flies swift as that of thought.' In dé beroemde passage dwaalt Henry (Olivier zelf) contemplatief gestemd door het tentenkamp, als een nacht-wacht. 'Alone with his bosom'. Het hart klopt van de strijd die komen gaat. Helaas worden de donkere scenes veelvuldig overschaduwd door flauwe komedie van bloempotkapsels. Net het begin van een mop. Komt een Engelsman, een Schot, Welshman én Ier op het slagveld tegen...
Labels:
films uit de jaren '40,
Laurence Olivier
Hôtel Terminus
'Het
was in Udler nog zo'n goeie jongen.' Marcel Ophuls kreeg zijn Oscar,
met een beetje hulp van Klaus Barbie, de Gestapo-slager van Lyon. Eén
persoon, en een zeer concrete plek, zou dat dan de focus brengen die het
meanderende werk van Ophuls vaak mist? Dat is buiten de waard gerekend
natuurlijk. Na een hoopgevend begin raakt hij al snel geïnteresseerd in de Franse ondergrondse . Dan zitten we dus toch weer vliegen af te vangen met
veteranen. Verraad in het verzet. Iedereen verdenkt elkaar. Deze
tafelgesprekken behoren tot de saaiere passages. Geef mij maar de
'making of' een schurk. De bizarre avonturen van Barbie, die werkelijk
aan alle oorlogsmisdadigersclichés voldoet. Wanneer het hem uitkwam, was
Barbie lief voor vrouw, kind en beest. Maar alleen dán. Ophuls raakt op
dreef als hij zich onder de dubieuzen mengt. Hij treft de bekende
apologeten en eigen daden-goedpraters. Fout hoogtepunt van al deze
voetnoten: Vergès, de postkoloniale slangenadvocaat. Ophuls bedient
intussen zijn Camera Obscura, en vangt met moedeloze humor de menstypes.
Zuid-Amerika – natuurlijk! – vormt een splinternieuwe
episode. In het juntamoeras wordt de film echt spannend. Onze regisseur
maakt zich zelfs boos! Onder het genot van een glaasje wijn, dat wel.
'Ik ben het vergeten. Als zij dat niet hebben gedaan, is dat hun
probleem.'
Labels:
films uit de jaren '80,
Marcel Ophuls
donderdag 24 augustus 2017
The Full Monty
'Can't we do normal things,
sometimes?' Kitchen sink 'drama' van gehard staal. (Daar maken ze vast
heel robuuste aanrechten van.) Ooit werd het materiaal in industriestad
Shefffield geproduceerd, nu sjokken de Men of Steel door de
troosteloosheid. Verlaten hallen en autowrakken. Een prima setting voor
een film vol van goede wil, met een goed hart. De grote vraag doemt dan al snel op, zal Pete Posthletwaite opduiken? (Neen, maar de fabrieksfanfare
speelt wel, 'about the only thing round 'ere that works...) Enkele rake
urban shots vangen de leegte. De torens mogen dan fallisch overeind staan, de mannen voelen zich slap. Tot één van hen een ideetje jat. Wat de
Chippendales kunnen, kunnen wij ook best. Uit de kleren voor het Algemeen
Belang. Nog nét pre-internet loopt The Fully Montyzo aardig in de pas van
de moderne tijd. Iedereen een sterretje. Alle
policor-vakjes netjes afgevinkt (zelfmoord, homoseksualiteit,
impotentie, body positivity), al is de film wat mij betreft toch op zijn paasbest in het UB40 job
centre. Lekker klieren, met Tom Wilkinson – middelbaar onherkenbaar –
als het slachtoffer. Mannen onder elkaar. Gemeen en gevat. 'I
need an audience.' 'You need a doctor.' Héél voorzichtig leren de kerels
emoties tonen. Vader en zoon stompen elkaar uit liefde. En zelfs een
schuldbekentenis kan er vanaf. De Nieuwe Man staat op. Met moeite.
'Cigarette me, for fuck's sake.'
Labels:
films uit de jaren '90,
Peter Cattaneo
woensdag 23 augustus 2017
State Fair
'I've got faith in that hog.' Het goedmoedige veranda-leven van de
kleine Amerikaan. State Fair lijkt wel een album van Ry Cooder, of een
opname van Alan Lomax. De piepende en krakende sfeer krijgt al snel een
fabelachtige kwaliteit. Ry zou over Blue Boy kunnen zingen, het varken
van het ideale gezinnetje. De competitiedrang zit ingebakken bij de
Amerikanen. Men kweekt niet zomaar zo'n beest! Het feestvarken moet een prijs
krijgen. Net als de mincemeat van ons moeder. Kinderachtig ondeugend
giet de ouweheer nog wat brandy bij de vruchtjes. En dan gaat het
viertal op weg naar de State Fair. De zon zakt, een zomernacht valt. De
magie van de scene zit hem in de rust. Dochter kijkt uit het raampje en
beziet de wereld met nieuwe wijsheid. Pa zet de autoradio aan - hemeltjelief, in 1933!. Beter dan dat wordt het fraai gefilmde State
Fair nergens, maar dat hoeft ook niet. Heel even is het verhaal zo
persoonlijk als Agee's Death in the Family. Ma hoest. Het zal toch niet?
Gelukkig... Aangekomen op de jaarmarkt stort het ganse gezin zich in het vrolijke, kapitalistische spektakel. 'People walking around like
bees in a hive.' De kermisoplichter wordt getild, de achtbaan
overwonnen. En natuurlijk blijkt State Fair dan een rite de passage. De
'zin' ontwaakt in jong en oud (en varken). Dat smaakt. Net als de
vruchten. 'They don't have to taste much, they're experts.'
Labels:
films uit de jaren '30,
Henry King
The Voice of the Turtle
'The only talent I've ever had is talent for appreciation.' Als een ode
aan het bekende valt The Voice of the Turtle zeker te waarderen. Zo
knipoogt de schmaltzy film naar Casablanca, al blijft men wel 'gewoon'
veilig thuis in het homeland. Daar lijkt alles zijn gangetje te gaan,
maar wie beter kijkt... De oorlogsdip maakt onrustig. Met de mannen van
huis, dansen de meisjes op tafel. De moraal wordt losser. Free war
spirits doen Tinder dingen. In innuendo spreken de dames over de
dilemma's van 'scharrelen'. 'You're gonna have an awful lot of free
time.' De juiste patriottische daad is een soldaat daten. Enter mister
Reagan. Ongetwijfeld dé reden dat de film in de NY Times 1000 Best Movies staat. In
zoveel geslaagde films speelde The Ronald niet. Hier opereert hij echter
charmant. Als kluns. Het blijft vermakelijk de latere despoot komisch
te zien stuntelen met telefoonklappers. Wanhopig op zoek naar een
'slaapplaats'. Terwijl de kerel zich in bochten wringt, eet Eleanor
Parker quasi-braaf een appeltje. Zij treedt eindelijk uit de schaduw van
haar bitchy vriendin. Een 'long weekend' tortelduifje spelen. Vol
aandacht in de weer met sloffies en tandenborstels. 'Cuddling up on the
couch with a potato salad.' Kleinburgerlijke genoegens. Elke goeie
ingeving herhaald, zodat niemand ook maar iets ontgaat. 'I'm afraid
that's the end of a beautiful friendship.'
Labels:
films uit de jaren '40,
Irving Rapper
dinsdag 22 augustus 2017
Distant Thunder
'Maak je over mij geen zorgen, ik leid een gezegend leven.' Wuivend graan begroet de kijker. Satyayit Ray wist wat zijn publiek wilde zien. De Indiase auteur par excellente bracht het neorealisme naar het Oosten, en trok er aldaar een sterke melange van. Distant Thunder valt in zijn oeuvre aanvankelijk vooral op door de rijke avondkleuren. De zon daalt schitterend over een klein dorp der Vergetenen. De eerste paar minuten lijkt het leven nog aangenaam. De vrouwen kibbelen, en plagen elkaar ('de babydruk'), de mannen staren. Tot zover weinig nieuws, maar de dissonant mag er zijn. Een arrogante dokter (een letterlijke 'Pundit') komt met zijn jonge vrouw naar het hinterland. Als hogere kaste kan hij elke rol uitoefenen die hij zich maar wenst. De intellectueel gaat voor in rituelen waarin hij niet gelooft. Ach, het geld is welkom. 'En ik heb toch verdomd veel moeite gedaan om Sanskriet te leren.' Een pracht van een personage. Cynisme en humanisme gecreëerd door omstandigheden. De dokter leert een lesje nederigheid, wanneer de Japanners Singapore innemen. Plots leven we in een concreet tijdvak, in plaats van in religieuze en rurale eeuwigheid. De effecten van een Grote Oorlog op een klein dorp slopen de subtiliteit. Ray laat zich gaan. Weg van de bedachtzaamheid. Rijst wordt iets decadents. Geschiedenis is overal. 'Untouchable, even in death.'
Labels:
films uit de jaren '70,
Satyajit Ray
One Night of Love
'I'm going to Italy to study'. 'But that place is full of... Italians!
In de opera ontmoet high culture de schlager. Op momenten omarmt
door het klootjesvolk, gedurende vele andere decennia een 'linkse
hobby'. Grace Moore bracht de aria's naar het popcornkauwende
bioscooppubliek. Voor haar hoofdrol in One Night of Love nomineerde men
haar zelfs voor een Oscar, ook al heeft ze het mutsige acteertalent van
Linda de Mol. Zingen kan ze wel. One Night Of Love houdt dapper (open)
huis. Hele lappen tekst uit beroemde opera's komen langs. Een
Italiaanse 'dokter' dirigeerde de muzikale nummers met souplesse. Om het
jongere publiek bij de les te houden, worden de open doekjes en
bellisimo's afgewisseld met een screwball verhaaltje. Oftewel, alles is
'swell', en 'what do you know about that!' Miss Moore poogt het te maken
in een Radio Idols avant la lettre, maar ontdekt dat ze nog veel moet
leren Ze vindt een smakelijk schofterige spaghettivreter die haar als
manager, een en ander uit zal leggen. 'I've wasted enough time trying to
teach a woman to sing between kisses.' Geen vlinders in je buik, maar
boeken óp je buik. 'It takes years to learn to phrase so badly.'
Overdreven en over the top, maar met een stemmig Butterfly-besluit. Dat
is de botsing die het operagenre eigen is. 'I wish I could sing when the
meat man comes along.'
maandag 21 augustus 2017
Le Petit Théâtre de Jean Renoir
'Eindelijk iemand die zo lui is als ik. Én het toegeeft.' Leven als Renoir in Frankrijk. Op zijn laatste rondje door cinemaland brengt de legende een eresaluut aan zichzelf. Een Spielerenoir! Op zijn Hitchocks introduceert lobbes Jean de vignetten hoogstpersoonlijk aan de kijker. 'Voice, mon petit theatre' Dit intieme sfeertje van een privé-poppenkast sijpelt ook door in de verhalen. Jean vindt bijvoorbeeld een vonkje Hans Christian Andersen. Op kerstavond warmt een zwerver zich aan zijn laatste restje geluk. Twee harten branden als zwavelstokjes. Het tweede segment gooit de december-weemoed zonder pardon overboord. De obsessie van een huisvrouw voor haar 'electrical waxer' (van vloeren) levert een Annie MG Schmidt-achtige satire op. Goeie lulligheid, van commentaar voorzien door een Dorian Gray-foto. Zelden zag ik Renoir zo droogkomisch en modern. Hij kon een Tati doen. In het laatste deel keert hij echter terug naar zichzelf. Loom en gemoedelijk dalen we af naar het zuiden van Frankrijk. Oude mannetjes spelen daar jeu de boules. De jonge echtgenote van een van de heren vlucht in een ander spelletje. Haar minnaar voelt zich daarover zo schuldig dat hij de beste vriend van de bedrogene wordt! Dat zijn van die sardonische geintjes van het lot waar Renoir van hield. Fijnzinnig en vrijgevig... J'ai une inspiration.'
Labels:
films uit de jaren '70,
Jean Renoir
Dekalog
zondag 20 augustus 2017
My Fair Lady
'Condemned by every syllable she utters.' De favoriete film van iedere
taalwetenschapper? Professor Higgins heeft in elk geval een
uitspraak-obsessie die men normaal enkel bij linguïsten en VPRO
brievenschrijvers aantreft. De man is een kei in het geolokaliseren van
accenten. Ook Aalsmeerder bloemenkwekers zullen My Fair Lady trouwens
best kunnen waarderen. Regisseur Cukor liet een waar bloemencorso op de
sets los. De looks zijn (mede daarom) om door een ringetje te halen.
Barok en eloquent. Elke dollarcent van het budget benut voor nog een
versiering, nog een 'prop', en een nog beter ingerichte kamer. Prévin
doet de rest met een magische orkestratie. De musical bruist zo van
allure, zonder de retorische observaties en snedigheid van Shaw te
verliezen. 'Have you ever met a man of good character when women are
concerned?' Higgins heeft als patriarchale moralist iets Randy
Newman-grappigs in zijn misogynie. Samen met zijn
vriend 'de kolonel', zet de confirmed bachelor zich aan het
Pygmalion-project. Audrey is de klos. Miss 'How do you Dolittle wordt
becommentarieerd en geconditioneerd door 'Bert & Ernie'. Voor haar
eigen gevoelens maakt de film – net als de trainers – weinig ruimte.
Gelukkig mag ze verbaal wel eigenzinnig besluiten met een Wittgensteinse
waarheid. 'Don't talk at all. Show me.'
Labels:
films uit de jaren '60,
George Cukor
Eine Liebe in Deutschland
'Er bestaan zeer veel films over deze tijd.' Wajda doet het verplichte
rondje Tweede Wereldoorlog. Juist doordat hij het klein houdt, heeft hij
toch iets eigens te melden over het onderwerp. Een vader en zoon
bezoeken jaren na dato de grensstreek met Zwitserland. Pa wil de jongen
laten zien hoe het was. In de flashbacks (die het merendeel van de film
vullen) zien we Het Dorp. Een Duitse Pastorale 1943. Net zo kneuterig
als de Vestdijk-roman. Niks grote nazi's, maar domme agentjes, pissing
in the wind. De sfeer van Koot & Bie. Het leven gaat gewoon door.
Met een zeker lef condooms kopen bij de kruidenier, en daarna vrijen
naast je fiets. Oerhollandse taferelen. Schygulla speelt de vrouw die
wil. Met manlief aan het Oostfront vindt ze een jonge Pool. De twee
beginnen een The Reader-verhouding. Dat gaat natuurlijk niet in een dorp
waar men enkel achterklapt. Het einde van deze gedoemde affaire wordt door vader
en zoon ontrafeld. Helaas benut Wajda het narratieve dubbelspel
nauwelijks. Van Wenderiaanse filosofische bespiegelingen komt het niet.
Wajda vindt echter wel onvermoede humor in bruinhemden van derde divisie
niveau. Het dorp dealt op eigen wijze met deze samenzwering van
idioten. 'Ik ben lid geworden, opdat ze me met rust lieten.' Even hoopte
ik zelfs dat Peter Faber (een halve Duitser) op zou duiken. 'Macht er
das freiwillig?'
Labels:
Andrzej Wajda,
films uit de jaren '80
zaterdag 19 augustus 2017
One Hour with You
'I can squeeze your here, and squeeze you there.' De voordelen van het
vrije huwelijk, gedemonstreerd door mimiekmeester Maurice Chevalier en
Jeanette MacDonald. In deze Lubitsch-musical buitelen de relatietips
over elkaar heen, net als de mannetjes en vrouwtjes. Les één: overspel
kan echt geen kwaad! Het intro rijmt volledig, alsof de film nog niet
flauw genoeg was. Een agent tegen de man van het vrijende stelletje:
'Get up!' Lichter dan een suikerspin vliegt het uurtje zo voorbij. Van
plot valt niet te spreken, dit zijn set pieces, rond de eeuwige
screwball persoonsverwisselingen, met een nieuwsgierige valet als bonus.
'I did so want to see you in tights'. Lubitsch werd geassisteerd door
Cukor, iets dt de grote rol voor een diner kan verklaren... Potloodsnorren
en diepe decolletés spelen daar de flirt game. Aan tafels, maar als
opwarmertje ook al in de taxi. 'You're conceited!' 'No, I'm married.'
Hoewel het bekende Bechdel-certificaat der feministen vast niet behaald
wordt, staat ook het vrouwenplezier ferm overeind. 'I have a theory
that nobody is responsible for his actions...' Mijn favoriete grapje komt
voor rekening van een swinger avant la lettre. Hij dringt zich daarom
met reden op aan 'concurrent' Chevalier, een man waarvan hij van harte
hoopt dat deze vrouwlief zal overnemen. Dus zegt ie. 'Aangenaam,
Professor Olivier, Ancient history.'
Labels:
Ernst Lubitsch,
films uit de jaren '30,
George Cukor
Giant
'You come down here and try to tell us how to run things.' Klassiek
Amerikaans melodrama. Ellenlang en contrastrijk, met een belangrijke rol
voor racisme, een thema dat door de film dapper bij de hoorns wordt
gevat. Toch is het geen schokkende, of schokkend goede film, daarvoor
voelt het Cat on a Hot Tin Roof-terrein te bekend. High Texas society
aan het bikkelen en bitsen. Oude en nieuwe koeien, uit de sloot, in de
olie. Bij de nouveau riche vinden we dé reden om toch te kijken. James
Dean, in zijn allerbeste rol. Wat had Paul Thomas Anderson hem graag in
There Will Be Blood gecast! Dát epos lijkt nu plots een eerbetoon aan
Giant. James Dean speelt een blue collar sappelaar. Haast
zelfhypnotiserend intens glijdt de jongeling door de decennia. Hij
blijft van alle personages ook in zijn oudere gedaante het meest
geloofwaardig. De lijzige buitenstaander, met zijn afwijkende stijl,
vindt het geld, maar nooit het geluk. Dronken mompelt hij in de
microfoon op zijn eigen feestje. Een gigantisch deel van de screentime
wordt echter gevuld door Elizabeth Taylor en Rock 'Elvis' Hudson. Zij
voeren privé-oorlogjes in een waanzinnig spookkasteel on the plains.
Hun vreemde huwelijk boeit nauwelijks. De ruzies worden nooit
uitgediept. En een échte socialist mag het paardenmeisje Elizabeth in
Amerika natuurlijk nooit worden. 'This is men's stuff.'
Labels:
films uit de jaren '50,
George Stevens
vrijdag 18 augustus 2017
The Memory of Justice
'Nicht schuldig.' Samen met Albert Speer gezellig projectorfilmpjes kijken. Marcel Ophüls doet het. In zijn bekende chaotische stijl schotelt hij de kijkers hier een ongelooflijke hoeveelheid materiaal voor. Een web van gruwelverhalen. Er zitten minstens vijf films in deze totaaldocu. Ik zou willen dat de man wat beter kon focussen. Wat als hij heel secuur een prent had gemaakt die 'Taters' heette? Slechts wat oude nazi's, reflecterend. Doenitz, Speer en kleiner grut. Allen in verschillende fasen van ontkenning. Met Speer als de slangenkoning, de nazi die zelfs spijt kon hebben als het 'm uitkwam. Veelal houdt Ophüls zich hier bezig met het Neurenberg proces. Het lijkt een voorafschaduwing van de EU bureaucratie. Simultaanvertalers en haarklovers. ('Kunnen we niet gewoon 50.000 man afknallen', peinsde Stalin.) Soms vergeet Ophüls de nazi's helemaal, en maakt omwegen naar Algerije en Vietnam. Daar begint de docu te haperen. Het eeuwige J'Accuse tegen Amerika. Op de mafste momenten voert Ophüls zichzelf op, én zijn familie. Dan wordt The Memory of Justice ineens een aangenaam seventies-links egodocument. Het warhoofd trekt naar de sauna, om daar tussen de naakte lichamen over de Nasleep te spreken. Je ziet Duitsland tijdens die scenes in het reine komen met zichzelf. Een bijzondere tijd van openheid, in een bijzondere marathon. 'Waarom maak je alleen maar zulke films, Marcel'?
Labels:
films uit de jaren '70,
Marcel Ophuls
Mayerling
'How can someone highly strung, also be a dreamer?' Veruit de meeste
prinsen en prinsessen-films stellen weinig voor. Escapistische parades
van jurken en kastelen. Mayerling daarentegen zou de
Zomergasten-keuzefilm van Claus kunnen zijn. Als hij daar mócht zitten.
De dubbele kanten van de monarchie. Een prinselijke depressie. En dan
werd Claus niet eens in de rol geboren. Rudolf, de zoon van keizer Franz
Joseph weet echter niet beter, maar het zint hem niks. Hij mengt zich
onder studerende demonstranten. Alles om zich maar tegen pa af te
zetten. Buiten, dáár leeft hij. En daar komt ook de film tot leven.
Regisseur Anatole Litvak toont een heerlijk Wenen. Een wereld die we
kennen van grootheden als Canetti, Roth en – vooral – Zweig. Van
kermisattracties met zwanen, tot zigeunerdansen in een hotel. De
kroonprins stort zich in het gewoel, maar altijd voelt hij zich bekeken.
Terecht. De hogere machten houden de prins in de gaten, en anders het volk wel. Wanner hij met een onbekende vrouw
danst, kirt ze enthousiast 'hier zal ik mijn hele leven over
vertellen!'. De playboy Prins heeft zelf niets meer om over te spreken.
Zelfs in l'amour mag de duistere romanticus geen rust vinden. Litvak
onthult het belang van de titel pas laat. De kaarten tegen de borst
durven houden. Dat toont zijn klasse. 'Denk je dat een prins ongelukkig kan
zijn?'
Labels:
Anatole Litvak,
films uit de jaren '30
donderdag 17 augustus 2017
Richard III
'Talkst thou to me of ifs.' Weifelende aflevering nummer zoveel in de Shakespeare queeste. Hier gedragen door een der Groten: Laurence Olivier. Hij regisseerde, produceerde én vertolkte de hoofdrol, dus je mag van een one man show spreken. De andere rollen verdwijnen vrijwel in het niets. Laurence Olivier trekt de camera naar zich toe, hij praat zelfs rechtstreeks tégen de camera. Alsof hij een privé-rondleiding geeft door zijn interpretatie van het stuk. Ook op kostuum en grimegebied leeft hij zich uit. Een manke poot, een Harry Merry-pruik. Soms wordt het dan al te olijk. Handenwrijvend schurkerig. Blackadder is er niets bij. De lillukerd Richard roept al het lelijke aan in zijn zucht naar macht. Slechts zelden krijgt deze 'lump of foul deformity' een weerwoord. Ik had zeker wat meer van koningsdochter Anna willen zien. Haar scene – waarin zij plots omslaat van walging in adoratie - heeft een intense Sinead-achtige hysterie. Haar blanke lip trilt, het blanke kapje beeft. Al de kleur uit haar vrome gezicht verdwenen. Dat valt extra op, want enigszins verrassend baadt dit melodrama in Van Eyckiaanse kleurenpracht. Een herfsttij van decadentie. 'I see the downfall of our house'. Zodra Richard de macht grijpt is het iedereen tegen iedereen. Pierrot-hoedjes tegen Little Lords. Verwarring alom. 'Dive, thoughts, down to my soul.'
Labels:
films uit de jaren '50,
Laurence Olivier
Monsters Inc.
'There's nothing more toxic or deadly than a human child.' In de jaren
negentig verdrong Pixar Disney van de kinderfilm-troon. Ze werden prompt
door hun steenrijke concurrent 'opgekocht', zoals dat gaat. Het voelde
toen oneerlijk, maar hoeveel spannender bakt Pixar ze nu werkelijk? Met
Monsters Inc. bereikten ze het niveau van Inside Out in elk geval nog
niet. Hoeft ook niet. Vanaf de gouwe ouwe Pink Panther-intiteling zit de
swing er goed in. Ook dankzij Randy Newman, die eindelijk zijn
familie-Oscar kreeg. Ik had om die reden nog wel wat meer liedjes
gewenst. Monsters Inc is echter een babbelige film. Het scenario haalt
alles uit een paar malle ideeën. Monsters die kinderen bang maken, om zo
energie voor hun Monstropolis te minen. De ultieme vileine stunt zou
dan toch zijn, als ze erachter komen dat psychologische oorlogsvoering
beter werkt dan het 'vloer is lava'-werk. Zover komt het niet. De
wollige John Goodman ontdekt samen met wisecrackende sidekick Billy
Crystal de vader in zichzelf. Gesjouw met een kind. Two monsters and a
baby. Het gevaarlijke beest checkt nu the closets in plaats van ze te bezetten.
'See, no monster in here.' Een typisch tekenfilmhoogtepunt vormt het
meta-kijkje achter de 'schermen'. Soms lijkt elke animatie zo'n hemelse
Plek van Alles te bevatten. En ja, dat voelt goed. 'There's more to life
than scaring.'
Labels:
films uit de jaren '00,
Pete Docter
woensdag 16 augustus 2017
The Conquest of Everest
'Could one even live at such heights?' Gelukkig hebben we de 'foto's'
nog. Ze maken deze film. Bijzondere beelden van een bijzondere
sneeuwwereld. Maar bovenal, bijzonder dat ze er überhaupt zíjn, die
beelden. In zekere zin is de moderne tijd in 1953 dus allang begonnen.
Je verricht pas werkelijk een daad als je met bewijzen komt. Een selfie
op de top. (Edmund weigerde echter op de foto te gaan.) De eerste beklimming
van de Everest correleerde met de troonsbestijging van Elizabeth.
Wellicht was het dus wel een krooncadeau van de Alpine Club en de
National Geography Club. Een laatste puntje scoren. Nog één keer het
grote Britse Empire laten schitteren op wereldniveau. 'As quickly as
possible' werd het team bij elkaar gezocht, en vertrok men naar
Katmandoe. De plaatjes vanuit het gesloten Nepal zijn bijna net zo fraai
als die van de Berg. Nepal leeft (nog) compleet buiten de tijd, ingeklemd
tussen de Himalaya's. Enkel tempels, rituelen en zand. Het moet het
Britse team een vervreemdend gevoel hebben gegeven, een effect dat ze
daarna goued pas echt zouden leren kennen. Als slow motions aliens dwalen ze
door een 'frozen but burning forest'. Den Doolaard zou zeggen:
'na elke stap hijg je als een teringlijer.' Een klein oefenrondje voor
de maan. In 1953 nog 'a place outside human's existence'. Ook dat zou
niet lang meer duren.
Labels:
films uit de jaren '50,
George Lowe
Major Barbara
'Have you ever saved a maker of cannons?' De favoriete film van Majoor
Bosshardt. Of niet. Literaire grootheid Bernard Shaw opent zijn
adaptatie met een handgeschreven brief. 'You will not be bored.' Hij
houdt woord, al wordt de film wel klungelig verteld. Scenes buitelen
chaotisch over elkaar heen. Voor enig houvast moeten we naar het Leger
des Heils. Een rijkeluisdochter probeert daar goede daden te verrichten,
ondanks de bedenkingen van papa. De hele familie bitst dolletjes tegen
elkaar. 'Speak of something suited to your mental capacity!' Een malle
combi van leipheid en vroomheid, maar het kan nog wat merkwaardiger.
Steeds vileiner wordt het Leger belachelijk gemaakt. Sukkelaars met
trommels en zogenaamde idealen. De lagere rangen houden de bedelaars
tevree, de hogere rangen bedelen zélf op macro-niveau. De slimmige
tekstuele omkeringen waarmee Shaw zich de hele film lang al uitleefde,
culmineren in de slotsequentie, waarin de film ook visueel topsy-turvy
gaat. Het gezin bezoekt kanonnenfabriek van pa. Een plek van hoge hoeden
en pantserplaten, zóu je denken. Maar tussen de vlammen brandt een
heilig vuur. Een fabrieksutopia gefilmd met Sovjet schwung. Wie moeten
we nu nog geloven? En waarin? Shaw had in zijn brief al gewaarschuwd.
Dit zou een parabel worden. 'Blow Machiavelli, blow!'
Labels:
films uit de jaren '40,
Gabriel Pascal
dinsdag 15 augustus 2017
Household Saints
'I haven't seen a picture card all night.' Een drie generaties-epos
verhuld als New Yorkse zomerfilm, zo weet Household Saints te verrassen.
Kaartende mannetjes zitten vlak ná het vallen van de Atoombom al te
klagen dat het elk jaar warmer wordt. Ze leggen zelf het verband. Een
dochter wordt inzet van een pinochle game, en van het een komt het
ander. Het zou een mooi sterk verhaal kunnen zijn, en zo wordt het in de
raamvertelling ook gebracht. Savoca heeft echter grootsere plannen dan
een Blue in the Face. De eerste aanwijzing vormen de flardjes
surrealisme. Een dikke broer droomt van Madame Butterfly. Als een echte
Italo vlucht hij in opera, maar wel met een Chinese fantasietwist. Deze
zijlijn blijkt ondanks summiere screentime uiterst aandoenlijk. Tekenend
voor een film waarin de makers wisten wat ze deden. Typisch Savoca
lijkt me de huwelijksnacht. Ze debuteerde immers met het hitsige True
Love. Household Saints is dan True Marriage. Een bruidsontsluiering in twee stappen.
Trots en familievetes verdwijnen in fysiek genot. Dochters worden
moeders, op méér dan de gebruikelijke manieren. De derde generatie voltooit de cirkel. Jezus vervult de rol die
hij voor de meest mensen heeft: gezelschap tegen eenzaamheid. Wat moet
je als de spiritualia zijn uitgewerkt? 'Maybe God doesn't have a grand
plan for me?'
Labels:
films uit de jaren '90,
Nancy Savoca
Novecento
'Dalco, Olmo. Paisan.' Wellicht was het er gewoon net even een epos teveel
aan, maar mijn verveling tijdens vijf uur Novecento valt ook aan
Bertolucci te wijten. Hij heeft het gewoon niet. Hier niet, nooit niet.
Hoe hard hij ook probeert zijn eigen The Leopard te maken. De man is een
te grote kleine viezerik om die ware 'tijd verglijdt'-melancholie op te
roepen. Daar helpen de driftig 'kalende' klasbakken Sutherland,
Depardieu en De Niro niks aan. Zelfs Burt Lancaster brengt weinig soelaas. Terwijl Morricone leeuweriken laat dalen,
dalen de ballen in van twee plattelandszonen. Eén het bovenbaasje, de
ander een 'bastardo'. Hun vrijzinnigheid voelt aangenaam gewoon.
Bertolucci houdt Piemelmonologen voor alle leeftijden. (Waarbij de
kleine plattelandsrat Olmo in zijn jongere jaren groter blijkt dan de
volwassen Depardieu.) Gegrinnik daargelaten knelt Novecento dan ook
vooral in het bredere perspectief. Bertolucci weet dat het allemaal moet
in zo'n film – fascisme, communisme – maar eigenlijk heeft hij géén
idee. Zijn politieke besef voelt nauwelijks doorleefd. Eerder
lachwekkend. Voeg daarbij tal van bruuske ritmewisselingen en
wendingen en je kijkt naar een epos waar karakterontwikkeling slechts in
grove streken, mét grove streken geschiedt. 'Wanneer een man zijn hele
leven niks doet, heeft hij teveel tijd om na te denken.'
maandag 14 augustus 2017
The Ten Commandments
'Bring the Hebrew in.' Het kost een paar centjes, maar dan heb je ook
wat. The epos to end all epoi schittert vier uur lang in alle kleuren
van de regenboog. Voor een vredelievende boodschap moet je hier niet
zijn, ondanks dat Cecil's intro nog schijnheilig schermt met 'vrijheid'.
Mozes en zijn God hebben niet(s) meer te bieden dan gehoorzaamheid,
gebracht met kapsones. Oude wijn, in nieuwe zakken. Ik las toevallig net
Het Kleine Evangelie van Tolstoj, en daar worden aan de Joodse
orthodoxen precies de verwijten gemaakt, die zij hier zélf nog aan de
Egyptenaren maken! De Egyptenaren maken The Ten Commandments echter wél
tot een pleziertje, van het soort waar onze vriend Jezus niks van moet
hebben. Veel te vleselijk. Dames in oriëntaalse gewaden proberen
farao-meesters te plezieren met doorkijkjes en dansjes. Elk scene een
fenomenale set piece, te midden van sweet oils and scented waters.
Muzikanten strelen in een hoek van een vertrek de harpen. Ik hoorde er
Couperus bijna bij preken, in gloedvolle alliteraties. Mozes ziet op
goedkope sandalen ondertussen zijn God, en krijgt daar prompt een nieuw
Triggerfinger-kapsel van. Hij zal Het Recht naar de verafgoders der
dieren brengen. Elmer Bernstein zorgt voor een mespuntje spiritualiteit,
maar echt transcenderen, doen de kleuren. Vandaag is rood, de kleur van
de Nijl. 'Go, get thee down'.
Labels:
Cecil B. DeMille,
films uit de jaren '50
Berlin Alexanderplatz
'Ich wil nicht mehr so wie früher.' Ruim vijftien uur duurt deze
glinsterende ontleding van de lijdende mens. Vooraf wekte de speelduur
ontzag, wat voor experiment zou dat moeten worden met Fassbender aan het
roer? Voorwaar, het blijkt een van zijn meest toegankelijke werken, met
slechts kleine avant-gardistische martel-intermezzi. De eerste paar
'afleveringen' moest ik vooral aan Coppola denken. Het Berlijn van de
twenties heeft diens Gatsby-look. Goudbruine cinema reminescato. Een
lampjesparade. Ieder lichtje wordt een kerststerretje. Ein vom Herzen, om
op een andere neon-Coppola te alluderen. (Die toegaf sterk door
deze serie geïnspireerd te zijn). Fassbender toont ons Franz Biberkopf.
Geen goede, maar wel een goedmoedige ziel. De voormalige bajesklant,
poogt nu eindelijk eens op het rechte pad te blijven. In het Berlijnse paranoma sjokt
hij van vrouw naar vrouw, van criminele kennis naar nieuwe drinkmaat,
ondertussen de Kümmels 'niemals' versmadend. Bijna elke scene wordt
begeleid door tintelende muziek. Opnieuw een teken van de
toegankelijkheid, vooral dankzij zo'n Morricone-harmonica. Soms lijkt
de serie daardoor wel een eindeloze trailer, maar meestal boeit het
tragische lot van Biberkopf. Knetterende relaties en verknipte
vriendschappen, in een kamer waar het licht altijd knippert. 'Hij heeft
geweigerd op te groeien.'
zondag 13 augustus 2017
Camelot
'It's wild, it's gay, a libelous display.' Bijzonder slechte musical,
maar ook wel bijzonder in zijn ongelofelijke slechtheid. Het verhaal van
King Arthur wordt door Logan en co omgetoverd tot ménage a trois. En
dat zonder enige actie van het toverstafje van Merlijn... Arthur zit
sinds zijn jonge jaren onder de plak van de gebedsgenezer. De met
oogschaduw getooide koning denkt vaker aan Merlijn dan aan 'Jenny'. De
zaak verandert als 'the greatest knight' Lancelot met zijn lans vooruit
Camelot binnen komt stormen. Hij vereert de koning, maar wipt wél diens
vrouw. De battle tussen wufte softie en Echte Man kan beginnen, zou je
denken. Maar niemand wil eraan geloven. Urenlang gestamel en gehaper, en
liedjes die nergens toe leiden. Een soort coïtus interruptus-musical.
Met een cuckold vredeskoning verpieterend aan zijn ronde tafel terwijl
de 'driehoeksverhouding' woekert. Ergens heeft het wel iets modern
cynisch, al die gender-vragen. Hoe te handelen in casu overspel.
'Protocol intrigues me'. De drie uur duren eindeloos, en binnen die zee
van tijd wordt het verhaal alsnog incoherent verteld. Ik veerde enkel
aan het slot op. Dan verschijnt de tragiek van de ridderepiek helder.
Langzaam in een bedtime story veranderen, en daar niks aan kunnen doen.
Da's erger dan een onbevredigde dame... 'The best thing for being sad is
to learn something.'
Labels:
films uit de jaren '60,
Joshua Logan
Heartland
'I
was beginning to believe I was the only woman in this country.' Een
western geschreven door een vrouw. Zoiets merk je meteen. Misschien is
het de blik van verbazing. Een huishoudster wordt zonder woord van
begroeting aan het werk gezet. A man needs a maid, zeker op de
Plains van 1911. Wellicht wat te laat voor het genre, maar on the
frontier kan het jaren eerder vóelen. Kelly Reichardt zal Heartland vast
kennen en waarderen. Net als in Meek's Cutoff wordt het actierijke
genre binnenstebuiten gekeerd. Gestript van alle actie blijven alleen
achterdocht, leegte en die dappere pioniersmentaliteit over. Langzaam
schrijden de dagen voor. De huishoudster is met haar dochter naar
Wyoming gekomen, om daar te werken voor een Lincolniaanse kerel. Hij
runt in bijbelse stilte zijn boerderij, af en toe doorbroken door een
bits 'nee' of een moedeloze 'jah'. Bijna geen mens te zien. 'This is not
farming, this is ranching'. De nieuw aangekomenen moeten wennen, maar
er valt niet te ontsnappen aan de rurale ritmes. Als vanzelf krijgen ze
een tik mee van de 'dit varkentje zullen we wel eens
wassen'-mentaliteit. Uitgestrekte velden doen dromen. De bewust
rudimentaire muziek – als de mensen, als het land – helpt een handje mee.
Beest en mens zien bont en blauw af. Het lijden van de mens is geen
partij voor de dieren. 'A healthy crier in the wilderness.'
zaterdag 12 augustus 2017
Dark Eyes
'Gevoelens, inclusief liefde, werden routine.' Italianen en Russen, ze moeten het prima met elkaar kunnen vinden. Nooit vies van wat melodrama, perfumato. In Oci Ciornie slaat regisseur Michalkov de bekende 'Amarcords' aan. Hij leende de basis voor het verhaal van Tsjechov, maar qua gemoedstoestand is het toch eerst Italië dat doet (mee)zingen. De schlemiel Mastroianni orakelt over zijn grote liefde. Dankzij zijn steenrijke vrouw heeft hij een kunst van het nietsdoen gemaakt. Maffen bij een mopje Mozart op de soirees. Tijdens een kuurronde raakt hij bevangen door een donkere Russin. Plots kan ie de beentjes weer strekken. Zijn impotentie en indolentie voorbij. 'Miracolo!' Hij vindt een levensgeluk met manische trekjes, zoals dat in een Italiaanse farce behoort te gaan. Wat Dark Eyes uniek maakt, is de daaropvolgende Russische sequentie. De hysterische dame sipt nog net – 'Ik ben niet gewend aan gelukkig zijn' – maar ze verdwijnt dan rap naar het Grote Niets. De maestro erachteraan, natuurlijk. Ter plaatse halen de Russen hem rechts in, op de vlakken nihilisme en waanzin. Slapstick verruilt voor een Bruiloft der Zeven Zigeuners. Je kunt maar één keer leven, dus ook maar één keer kapot gaan. Amor(e) in het kippenhok. Rusland, een natuuringang naar jezelf, met een Tolstojaanse spiritualist als gids. 'Je thuis is overal.'
Labels:
films uit de jaren '80,
Nikita Mikhalkov
Wilson
'People are looking for a change.' Woodrow zou allang vergeten zijn, ware het
niet dat hij als Kantiaans dromer streefde naar een wereldregering. Een
dapper plan in realpolitik-tijden. Voor zoiets bizars moet je wel een
wetenschapper zijn! Uit deze gemoedelijke biopic leerde ik dat Woodrow
inderdaad een eigenzinnig Princeton-man was. Hij hield meer van zijn
'little women' dan van de kiezer. De film schittert dan ook vooral op
bepaald on-statige momenten. Het leven van een outsider verbeeldt als
kerstmusical. Met echtgenote en dochters achter de piano. Of die
prachtige ode van zijn studenten. 'Three cheers for old Nassau.' Een
beetje Gospel in het Noorden. (Wilson was een verdwaalde Southern
Democrat.) Tijdens zijn eerste termijn keerde Wilson zich tegen de
bankmannetjes. Zelf mocht hij ook in een groot huis wonen. De president
dwaalt door de eindeloze vertrekken van dat Witte Huis. Een fenomenaal
Technicolor-decor. De schaduw van de grote wereld slokt Wilson
vervolgens op. De Eerste Wereldoorlog blijkt onvermijdelijk. Pacifist
Wilson blijft in zijn eigen dromen geloven. Hij pleit: 'It must accept
the league of nations, or live with a gun in his hand'. Die keuze lijkt
me voor een Amerikaan doodsimpel. We zien het elke dag. Na ieder stapje
vooruit volgt een conservatieve terugslag. 'It's not only possible, it's
imperative.'
Labels:
films uit de jaren '40,
Henry King
vrijdag 11 augustus 2017
Le Chagrin et la Pitié
'De Fransen houden van hun leger.' Marcel Ophuls (zoon van Max) maakte zijn specialiteit van ellenlange oorlogsdocu's. Het Loe de Jong-effect. Als het over oorlog gaat, moet het in twintig delen. The Sorrow and the Pity duurt met vier uur dan nog relatief kort. De makers bezoeken het provinciestadje Clermont-Ferrand. Daar vinden ze wat verzetsstrijders, maar bovenal tal van 'goedpraters'. De lui die rustig op één oor sliepen terwijl Pétain regeerde. 'Ik dacht zoals iedereen.' Middenstanders komen razendsnel met een 'Ik ben geen jood'-advertentie zodra de rassenwetten werden ingevoerd. In zijn voorzichtige J'Accuse ontleedt Ophuls dit soort reflexen. Jammer genoeg trekt hij de film erg breed. Te breed. Hij belandt steeds ver(der) buiten de stadsgrenzen. Mers-el-Kébir, Laval, Vélo d'Hiv, zelfs een hele passage aan cinemageschiedenis. Leerzaam is het wel. Een pittig panorama van het meest collaborerende land van Europa. En altijd sluimert de tragiek van de West-Europese communisten. Zó aan de goede kant van de geschiedenis staan, zonder er garen bij te kunnen spinnen. Mensen haten de commies nu eenmaal meer dan de nazi's. Het microhistorische uitgangspunt verdwijnt intussen uit zicht. Terwijl daar de parels liggen. Oude mannetjes aan tafel, nog altijd vol vuur discussiërend. Hun vrouwen staan erbij en roepen vanuit de keuken. 'Plotseling was verraad overal.'
Labels:
films uit de jaren '60,
Marcel Ophuls
King Lear
'Dost thou understand me, man?' Van het hogere kunst-kwartet jazz,
Mozart, Beatles, Shakespeare, is de jazz inmiddels gevallen. Toch best
lekker, moet ik toegeven. Zou Shakespeare de volgende zijn? De NY Times
1000 Best Movies lijst biedt nog enkele kansen. King Lear komt alvast een eindje
in de richting. Dankzij de experimentele vibes zou het zomaar één
van de betere adaptaties kunnen zijn. Het laatste uur gleed de bekende
woordenschatkist echter toch weer volledig langs me heen. Daarvóór hakt
de film er wel aardig op los. King Lear zit met zijn kornuiten als een
stel Bataven te broeden en te broeien. Paul Scofield praat met de
statige autoriteit van Orson Welles. 'Who is it who can tell me who I
am?' Ook de aandoenlijke rol van The Fool (door karakterkop Jack
MacGowran) mag er zijn. Hij heeft zelfs een galmend lied aan. Regisseur
Brook sleept de kijker mee dankzij de opmerkelijke decors. Bijna
Tarkovskiaans in grimmigheid. Lege vlaktes, opgedroogd als vervloekte
vrouwen (zulke scheldkanonnades zijn een specialiteit van The Bard!). En
dan zijn er nog de apocalyptische weersomstandigheden. Op een geniaal
moment raakt zelfs de editing bevangen door bliksemflitsen. De gekte van
Lear wordt visueel in plaats van verbaal inzichtelijk gemaakt. Keihard
en radicaal. En dat dwingt respect af. 'Let me not be mad, not mad,
sweet heaven.'
Labels:
films uit de jaren '70,
Peter Brook
donderdag 10 augustus 2017
The Falcon and the Snowman
'There's an NSA guy on his way up.' In Nixons seventies was de politieke paranoia op zijn best, al gaat Trump allicht oude tijden doen herleven. Dat zal dan in elk geval nog wat fijne films opleveren. Met The Falcon and the Snowman maakte Schlesinger een lekkere 'e-spionage'-film uit de periode dat de computer intelligence net opkwam. Timothy Hutton ontdekt dat de CIA zich zelfs met de Australische politiek bemoeit. Een stukje vergeten historie rond Whitlam, het arme socialistische schaap. Hoewel de jonge valkenier nauwelijks in politiek geïnteresseerd lijkt, heeft hij toch een aloud motief om iets met deze info te doen: zijn pa. Een FBI-man. Dit is dé kans om tegen de ouweheer in te gaan. 'Do you really resent me as much as you want me to think you do?' Pa weet wel wie de schuld moet krijgen. Die dekselse cokevriend van zoonlief. Sean Penn schmiert 'r als dopehead op los. Dat werd pas later zijn specialiteit waarschijnlijk. The Falcon and the Snowman moet het hebben van de bekende beklemming en Pat Matheny's heerlijk cheesy muziek. ('This is Not America', croont Bowie) Die songtitel raakt precies de naïeve les. Een spion raakt eigenlijk altijd gevangen in zijn zelfgespannen net van geheimen. Elk regime is uiteindelijk slecht. Dat nihilisme wordt door iedere spion geleerd, maar niet door iedere spion even goed verteerd. 'I appreciate fear. The chance to face it.'
Labels:
films uit de jaren '80,
John Schlesinger
L'Intrus
'Je hart is niet zwak, maar gewoon
leeg.' Claire Denis maakt altijd ontzettende zinnelijke films. Vervuld van
verlangen. Ook in L'Intrus heeft ze maar een paar flitsen nodig om een
geweldige erotische intensiteit op te roepen. Een douaniere gaat na een
dagje drugs snuffelen naar huis. Daar wacht haar echtgenoot. Hij besnuffelt haar. Ogenblikkelijk staat de vrouw voor hem klaar. Tegen
het aanrecht. Jammer genoeg blijkt het duo daarna een zijlijn in de
film. L'Intrus maakt wel meer van die modernistische sprongen. Ik kon
weinig zinnigs van al het zinnelijks van maken. Michel Subor vormt de
harde kern. Hij is de vader van de jongeman uit het intro. Hij heeft
meer zoons, denkt ie. De pater familias vertrekt daarom op een
noodgedwongen Broken Flowers-queeste. Zo maakt Denis met haar
hoofdpersoon een toertje door de wereldcinema. Op de meeste plekken –
Genève, Polynesië – weet ze wel een losstaande contemplatie over
eenzaamheid te vinden. Vaak rond kleine handelingen. Het passen van een
peperduur horloge, bijvoorbeeld. L'Intrus sluit als film even strak om
de pols. Soms ijzig hermetisch in de bewust beleden onwil om
de kíjker klaarheid te bieden. Beelden en woorden worden rondgestrooid als een
sjamanistische bezwering. Een breinbreker over een hartenbreker. Het
leven als wieggang, of de avonturen van een nieuw hart in een oude zak.
Labels:
Claire Denis,
films uit de jaren '00
woensdag 9 augustus 2017
Porco Rosso
'Is
dat Byron?' 'No, it's me'. Die heerlijke Europa-liefde van Miyazaki.
Een waltzje hier, een aria daar. Porco Rosso moet zijn meest 'volwassen'
film zijn. Het is dat er een varken de hoofdrol speelt, anders zou de
boel met gemak in een live action swashbuckler kunnen worden omgetoverd.
Maar, wacht. Een swashbuckler, dat voelt toch eigenlijk best Amerikaans aan. Zo steekt Miyazaki inderdaad heel galant (en figuurlijk) de continenten
over. Luchtfietsen met luchtpiraten. Howard Hughes aan de Adriatische
kust, door de ogen van een Japanner. Binnen tien minuten gaan alle
illusies van een 'kindertekenfilm' overboord. Machinegeweren worden op
koters gericht, drank en sigaretten gedeeld in overvloed. Porco heeft
als lobbes wat weg van die hond uit Daft Punks Da Funk-video. Hij babbelt
wel een stuk zelfverzekerder, en gaat roekeloos de strijd aan met
yankees én fascisten. 'A pig's gotta fly'. Porco gedraagt zich als een varken tegen de
dames, maar een 'young cutie' kan zijn hart nog net op tijd stelen.
Naast knok- en schietpartijen heeft Miyazaki gelukkig ook wat
melancholie in petto. Op weg naar de Zevende Hemel stijgt een stoet
piloten in een langzame parade op. Terug op aarde besluit de film al
even mysterieus. De vragen onbeantwoord, de metaforen oningevuld – en
dat is eigenlijk wel zo mooi. 'You make me think, humanity is not a
complete waste.'
Labels:
films uit de jaren '80,
Hayao Miyazaki
Wild Combination: a Portrait of Arthur Russell
'Hearing but not understanding.' Van Arthur Russell krijg ik altijd een Kafka-gevoel. Ik voel van beide de kracht en invloed – zelfs op mijn eigen werk – maar wanneer ik dan een opus van één dezer mannen probeer te begrijpen, wil het toch niet echt lukken. 'Too remarkable and too individual', zegt iemand in deze docu. Wellicht. De makers ontrafelen de mythische kluwen aan tapes die Arthur Russell vulde. Het portret richt zich dus vooral op zijn muziek. Vanzelfsprekend ontstaat daaruit toch een beeld van de man, al gaat dat zelden de diepte in. Volgens mij was ie héél wat minder braaf dan we de indruk moeten krijgen. Het lijkt me echt iemand die ook in de nachtelijke uurtjes to the max leefde. Net zoals hij overdag als een bezetene muziek zat te maken. De muziekfragmenten zijn daarmee het leukst. Vroege beelden van Russell op gitaar, want er school ook een vrij conventionele (en goede!) Dylan in hem. Singing his heart out. Altijd waren er echter weer nieuwe muzikale interesses. Die prachtige moderne stem-manipulaties! Russell wist zowel totale individualist als kameleon te zijn. (Samenwerken ging 'm meestal ook goed af.) Triestig stemmen de momenten met zijn ouders. Plagerige pa blijft maar emotioneel. Arthur ging terug de 'fishtank in'. Zijn muziek drijft verder. 'His gifts were increasing as his strengths were leaving him.'
Labels:
films uit de jaren '00,
Matt Wolf
dinsdag 8 augustus 2017
The Wild Blue Yonder
'Some sort
of protection from the chaotic flow of particles.' Ik ben koppig.
Hoewel Werner Herzog de laatste jaren vooral in docu's excelleert, ben
ik nog altijd méér benieuwd naar een (willekeurige) fictiefilm van hem.
Goed slecht kan ook leuk zijn, immers. Deze 'science fiction fantasy'
drijft (nee, zweeft!) echter op docubeelden. Een weinig geslaagde
mengvorm. Alsof Herzog restmateriaal had liggen, en dat nu via fictie
poogt te recylen. Voor het 'verhaal' put hij uit Simak-achtige noties.
Een ruimtereiziger strandt op aarde. De eigen plannetjes tot
kolonisering mislukken. 'Nobody came, nobody settled, nobody shopped.'
De alien – een kerel met een paardenstaart – vertelt het allemaal 'on
screen', zonder op wat voor manier dan ook te interacteren met het plot.
Wellicht had Werner Herzog zichzelf maar op moeten voeren als
buitenaards wezen. Dat had in elk geval nog meta-humor opgeleverd. Nu
kijken we vooral naar de docu-beelden van astronauten en kwallen,
begeleid door Reijseger's cello en een stel Sardijnse volksliedjes. Het
bekende werk. Maar zonder geïnspireerd idee. Of toch, ééntje dan. Ergens
legt een wetenschapper uit hoe ver de aarde eigenlijk van andere
bewoonbare plekken ronddraait. Het is bijna claustrofobisch in
Oneindigheid. Het gevoel dat speleologen soms bevangt in ondergrondse
gangen. 'They needed a bolder plan.'
Labels:
films uit de jaren '00,
Werner Herzog
Vincent & Theo
Hij gelooft in mij. Een kunstenaar heeft een verhaal nodig. Van Goghs verhaal begint met zijn dood. Het gestoorde genie blijft hangen in zijn gekte. Maar als belangrijke voetnoot sterft een half jaar later ook zijn jongere broer en grootste fan Theo. Net zo Cronenbergiaans doorgedraaid. De intense twee-eenheid hield op te bestaan, voor één van hen kon zien hoe succesvol het zou worden. Stel je voor dat de twee naar een moderne kunstveiling hadden kunnen kijken! Altman opent zijn adaptatie met zo'n scene. De Britten Tim Roth en Paul Rhys spelen de broers. Er draaft wel een zwik Nederlanders op in de bijrollen, waarvan Hans Kesting zich het meest op het gemak voelt (Jip Wijngaarden laat de film vervaarlijk naar europudding hellen.) De ironie des levens wil dat Van Gogh pas écht goed gaat schilderen, als ie ver weg van de mensen (en zijn broer) écht gek wordt. In de Provence dus. Daar raakt, typisch genoeg, ook de film op dreef. Tijdens de Parijse scenes lijkt het meer een Merchant/Ivory productie, met een bar en boze 'MIDI'-soundtrack. Maar zodra rattenkop Roth apathisch mag doen tussen de zonnebloemen, werkt zijn hyperstijl. Altman laat intussen hoeken en ruimtes zeventiende-eeuwse schitteren. De zenuwachtige syfilis-lijdende Theo verdwijnt in kieren. Zoals hij toch altijd al samenviel met zijn broer. 'He needs to paint where the sane people paint.'
Labels:
films uit de jaren '90,
Robert Altman
Mama Is Boos!
'De
mijne is beter en goedkoper.' Kut met peren-sequel op Schatjes. Kon
niet uitblijven natuurlijk. Een rondje om de villa, met een paar
wisselingen in gezinssamenstelling. Peter Faber is gelukkig gebleven,
anders had het helemaal geen zin gehad. Hij wordt hier op de huid
gezeten door echtgenote Dánny. (Zoals echtgenotes horen te
heten.) Mama de Belgische neemt wraak als bedrogen housewife, maar zo
vlak na Tetsuo ontspoorde het me allemaal niet genoeg. Aanvankelijk mag
Petertje zelfs in zijn mannenhok blijven zitten! Zijn dromen zijn enger
dan de realiteit. Van enig lijn in het verhaaltje valt toch al niet te
spreken. Soms is Mama boos, dan weer wat minder. Ik had liever een
crescendo gezien. Regisseur Van Hemert moet het vooral hebben van
technische kunstjes. Adelheid Roosen zingt dure opera! Van Hamert zelf
pingelt er een goedkope synth-soundtrack bij. De vreemde combi heeft
wel wat. Shots maken lukt in Eastman-color ook prima. Faber duikt verdwaasd
in een aquarium, dat werk. Hoe vaak kan een man zijn hoofd stoten aan
dezelfde steen? Héél vaak. 'Bouman kakschool!' Naarmate de film vorderde
kreeg ik het idee dat Van Hemert eigenlijk helemaal geen zin had in
actie. Hij wilde dansen op de wolk van de fame, en eindigt met een
NATO-musical. Zijn enige echt góed gestoorde idee. 'Nou moe, wat gebeurt
hier?'
Labels:
films uit de jaren '80,
Ruud van Hemert
Abonneren op:
Posts (Atom)