maandag 30 augustus 2010

The Natural

Levinson over honkbal, dat moest ik zien. De fijne cast flitst langs in de intiteling: Redford, Duvall, Close en ook Richard "The Straight Story" Farnsworth! Maar dan komt de kers op de taart. Based on a novel by Bernard Malamud. Een van mijn favoriete schrijvers. (Al heb ik The Natural dus nooit gelezen) De film begint heel standaard. In noodtempo door een voorgeschiedenis, een jongen honkballend met zijn pa, pa dood, jongen op weg naar een grote club. Waar blijft de Malamud-touch? Beng! Daar is ie. Met een pistoolschot wordt de hele film op zijn kop gezet. En we pikken de draad pas zestien jaar later weer op. Weg standaardcarrière. Als de oude Redford zich bij een club meldt wordt ie uitgelachen, zo'n oude rookie, waar ben jij al die jaren geweest? Al hij dan eindelijk mag spelen slaat de bliksem meteen in. Letterlijk. Figuurlijk. Het leek mij in een klap duidelijk. Niks The Natural, The Supernatural. Dit is een Jezus-figuur teruggekeerd uit de dood. Ik ging daar fanatiek voor naar aanwijzingen zitten speuren, terwijl de film steeds meer duistere Coens-trekjes vertoonde. Een gokbaasje met een visionair oog, the magic eye. Wacht 'ns even... Dat is dan weer meer Odysseus. Van alle mythen thuis zullen we maar zeggen. Want ja, er is ook hier een dame die al jaren op hem wacht. In hét moment van de film zit zij in het stadion, is honkballer Redford het helemaal kwijt en gaat zij langzaam staan. Wit hoedje, badend in magisch licht. Als een engel. En prompt gaat het weer goed. Terwijl Redford blijft lijden, oude wonden spelen als stigmata op, neemt de film helaas een afslag richting positief einde. Daar was in Malamuds boek geen sprake van, lees ik achteraf.

Geen opmerkingen: