woensdag 10 juni 2026

The Forty-First

'Ik weet niet waar ik de kamelen erin kwijt moet.' De poëzie van de revolutie. Simpel en sentimenteel, want de waarheid staat stevig, ook zonder kamelen. In de jaren vijftig barsten de Sovjets van het zelfvertrouwen. 'Er is geen God, hoe vaak moet ik je dat nog vertellen!?' Naast wat zelfspot wordt er zelfs ruimte gemaakt voor 'de vijand', een Witte. Hij belandt in de handen van de Roden in een woestijn nabij het Aral Meer. De plaatselijke Turkmenen (die Kazakken worden genoemd) zijn onder de indruk van het doorzettingsvermogen – wat minder van de bolsjewistische neiging om hun confiscaties met bonnetjes te vergoeden. Heel economisch proppen de makers nóg een verhaal in anderhalf uur, want de Witte Gevangene en de Rode Vrouw stranden op een onbewoond eiland. Daar piekt de film. Smokin' hot poetry! Een Sommaren med Maryutka. Hun einde is even logisch als opera-waardig. 'Wat jullie hoge heren toch allemaal bedenken!'

Geen opmerkingen: