donderdag 31 augustus 2017

Nothing but the Best

'I really shouldn't take advantage of you, but of course I shall.' De Britten kunnen hun eigen klassenstrijd aardig op de hak nemen. Al die dekselse onderkruipers die uitvreters willen worden. 'Oh god, he's pain in the... left cheek.' Nothing but the Best bevat haast alleen maar fijne teksten, en toch wordt het plot nooit beter dan oké. Misschien weet iedereen gewoon iets te goed waar ze mee bezig zijn. Vanaf de Bond-achtige titelsong zijn we op bekend terrein. Alles is 'actually', maar niks voelt realité. Alan Bates draaft op als gold digger. Hij verlangt naar het privilege van de rijke man. Hardop asociaal kunnen zijn. Voorlopig analyseert hij op voice-over-toon. Welke baan, welke geste, welke vrouw. 'She's strictly division 3, but one has to keep in practice.' Een beetje Whit Stillman in de humoristische berekening. Tot zijn geluk ontmoet de jongeling het gewenste voorbeeld. Een aristocratische slacker, die nog een 'bob' moet bietsen om het licht boven de biljarttafel aan te doen. In de Pygmalion-variatie leert hij Bates dealen én squashen, gestoken in smetteloos wit uiteraard. De muziek zet er haha-uitroeptekens bij. Zelfs moet ik het hardst gniffelen om de naam van het boarding house. The Young Pretender. Voor zo'n talige pun zou Laurence Sterne een moord begaan. Wacht, een moord... 'Better re-arrange the past, in case there's any trouble in the future.'

The Mouthpiece

'How much confidence can you afford to lose this year?' In mijn filmzomer kwamen er heel wat advocaten langs. Bij Ophuls, bijvoorbeeld. En tijdens het eerste seizoen The Wire. Daar loopt het perfecte archetype rond. Wit, dik en rijk 'steunt' hij de Tower boys in zijn eigen belang. The Mouthpiece noemde men zo'n gladjakker vroeger terecht denigrerend. Wikipedia meldt dat deze pre-code film laat zien hoe mensen in die tijd over advocaten dachten. In die tijd!? Warren William doet meer dan eens aan Hiddema en Moszkowicz denken. Zijn strafste stunt kan zo in een moderne serie. Het maffiamaatje heeft het juiste strak gestylede haar, en – na bewezen diensten – ook de ego-snor. Subversief sigaren rokend sjokt de man door de film, zijn zakken vullend. Met plezier neemt hij een domme assistente aan, zolang die maar jong en gewillig oogt. Dat valt hém natuurlijk tegen, want net als The Scoundrel (same film, different setting) blijkt dit een inkeringsdrama. Zonder geesten, maar met een jong engeltje (Sidney Fox). De ware redder van de advocaat is echter zijn secretaresse. Aline MacMahon bekt snibbig terug, en torent op hakken gigantisch boven de mannen uit. Zij houdt haar cool wanneer The Public Enemy terugslaat. Ik kreeg tijdens het spannende slot nog bijna te doen met haar baas. Bijna. 'The answer is in the back room.'

woensdag 30 augustus 2017

Loving

'Whatever happened to fresh oranges?' In bedompt oranje kun je lekker zwelgen. Zeker met zo'n bruine Bacharach-baslijn erbij. Doe de seventies-shuffle in soft focus. Lange jassen en laarzen dwalen door een klaslokaal. Moeders flirten. 'I'm a lot of fun at lunch Brooks.' George Segal laat het zich met een grimas welgevallen. Hij heeft al een ander. Én een huwelijk. Zijn midlife crisis piept om de hoek van het bloemetjesbehang. Een 'big, beautiful 30-year trap'. De scenes met relatieperikelen worden enigszins verluchtigd door fysieke humor. Segal werkt als commercieel illustrator. Daarom 'mag' zijn plagerige vrouw (Eva Maria Saint) even voor bedtijd als model fungeren. Zij brengt driedimensionaliteit in de film. Dapper hunkerend. Ook de dochters kennen die vreemde man in huis door en door. Wanneer er 's avonds dronken gestommel klinkt, roepen ze: 'daddy's home!' De tekenaar knutselt aan zijn 'exteriors', terwijl om hem heen – en grotendeels door zijn eigen fouten – de 'interiors' instorten. De ontploffing voltrekt zich op een feestje. Natuurlijk. Het suburbia-bal waar met elk ingenomen cocktail wéér een rem losschiet. Een flauw James Bond-gadget (gemáákt voor de slotgrap) zorgt voor de laatste klap. Zedenschets wordt zedenscherts. De regels van het overspel gefopt door moderne techniek. 'Oh Brooks, you're so middleclass.'

7 Up / 28 Up

'We knew quite a lot of the faults of each other.' Het beroemdste naturalistische experiment uit de filmgeschiedenis? Zola's lab on screen. In eerste instantie ergert me alle zelfverzekerdheid. Het determinisme. Putting the ego in egodocument. 'Give me a child until he is seven, and I'll give you the man.' Zo'n voorspelling werkt een stuk makkelijker, in een land met duidelijke klassenverschillen. Gelukkig weten de deelnemers dit ook. Misschien zelfs beter dan de vragenstellers. 'I don't want to answer those kind of questions.' De eerste aflevering is vooral geinig. Het gebrek aan meisjes valt op, maar zal later worden goedgemaakt door mondige echtgenotes. Met 28Up verdwijnt mijn cynisme. Op dat moment gaan de oude beelden als handvat fungeren. Het verleden praat terug. De kracht van de Up Series blijft die 'sprong'. Het boerenjongetje dat compleet verrassend een topwetenschapper wordt. Prep kids die compleet ón-verrassend de advocaterij ingaan. En natuurlijk, de herkenning. In 7 Up fascineerde Neil al. Hij maakt de term 'colored people' fenomenologisch goed belachelijk. ('Zijn dat soms paarse mensen met rode ogen?') Er is iets 'anders' aan hem... En verdomme, juist hij belandt aan de rand van de samenleving. De huppelaar sprong met reden over de steentjes. 'I didn't have enough obstacles to get over.' Wanhopig positivisme.

dinsdag 29 augustus 2017

The Marrying Kind

'I am gonna do at least an half hour of thinking, every day.' Dan is ze ten minste stil, denkt Aldo Ray allicht, wanneer zijn echtgenote Judy Holliday dit plan ontvouwt. Zelf mag hij ook wel even zijn mond houden, want net als in Cukor's classic Born Yesterday botsen hier twee onaangename stemmen. Schuurpapier op gesnerp. We komen het stel tegen in de rechtbank. Een logische plek voor een flashback. De twee beginnen commentaar op de beelden te leveren. Ontrafelend waarom het misliep, en vooral, wanneer het nog wél goed ging. 'We're having some pretty natural noises tonight, haven't we?' Aldo houdt eerst nog galant het bed voor zijn eega open, als de deur voor een dame. Toch begint hem de huwelijkse nabijheid snel te kriebelen. Het breekpunt is tevens hoogtepunt. Zelden valt zó precies het moment aan te geven, waarop een niemendalletje in een Blue Valentine-achtig kwaliteitsdrama verandert. Een droom brengt realiteit. Surrealisme op het postkantoor. Opeens is daar de tragiek van de onzekere man in een gevangenis. Niet die van het huwelijk, maar die van zijn hoofd. Zou dat eenzame shot van een leger-foto aan de muur dan toch iets zeggen? Is dit Salinger's PTTS all over again? De klappen van de Amerikaanse Droom. Altijd meer willen én moeten. Gewoon geluk wordt afgestraft. 'Everybody was sliding around, just sliding and sliding.'

One Foot in Heaven

'Every ugliness in its proper place.' Veel vromer kom ik ze gelukkig zelden tegen. Fredric March speelt een priester die van Canada naar de States afzakt. Zijn vrouw (Martha Scott) staat niet te springen, maar even later zijn ze toch in Iowa. Helaas valt daar geen mormoon te bespeuren. One Foot in Heaven is van de mainstream. Methodisten en Baptisten, in meer smaken komt de Heer der WASPS niet. En steken, ho maar. Iowa schittert onder een nostalgisch zonnetje, terwijl March zijn 'discipline' predikt. Al snel begint de attitude van zijn echtgenote op te vallen. Met glimmende ogen van onderdanigheid volgt ze haar voorganger. Die krijgt altijd gelijk. 'Literally, figuratively and specifically.' De mooiste scenes moeten we dus in de marges gaan zoeken. Zo wordt er heel humaan een appeltje gedeeld, aan een gemeentebalie! Het hoogtepunt voor de cinefielen – en dat zijn de ware gelovigen natuurlijk– zit in het midden. Warner Bros neemt de personages mee naar de nickelodeon. The Silent Man speelt, en iedereen wordt zot. Tien minuten magisch meta-genieten, van film in film. 'Ladies will please remove their hats.' Zelfs bij de priester kan er een lachje af. Die verruilt hij snel weer voor verhuld fundamentalisme. Een lieve man in wolfskleren. Nooit meer terug naar Canada. Dat is de kracht van Vadertje Amerika. 'There's no sense in arguing.'

maandag 28 augustus 2017

The Scoundrel

'Your opinion of my work is exquisitely... unimportant to me.' Wonderlijke combinatie van gevatte grappen en koude levenslessen. De verwarring begint al tijdens de openingstitels. De titel suggereert een komedie, maar de weemoedige muziek hint op serieuzere zaken. In een New Yorkse uitgeverij staan een stel flat characters – pardon, schrijvers – te wachten op de baas. Die heeft een wild weekendje achter de rug. Enter Sir Noël Coward. The Scoundrel. Buiten hem stelt het liefdesplotje (inclusief uiterst moeizame tongzoen) niks voor. Hij máákt de grappen. En hij zal ook voor het drama zorgen. Met tegenzin. 'I refuse to make money improving people's morals.' De bleke Engelsman stapt met dat doorzichtige jongenslijf uit de douche. Net een geest uit de Pendragonlegende. Niet van deze wereld, maar als 'something in print'. Coward is geknipt voor zo'n personage. Met zijn ondefinieerbare kak-accent verheft hij nihilisme tot kunst. Alleen al het fabriceren van zijn kapsel (met verscheidene kammetjes!) is something to see. Inmiddels helemaal het mannetje begint hij zijn schrijvers én vrouwen af te wijzen. Dat zal hem duur komen te staan. De komedie implodeert. Hitchcock en Dickens vinden elkaar in bedremmelde metafysica. Slim, maar wel een beetje bedacht. 'Could you materialize long enough to take a look at the catalogue?'

The War Game

'This is...' duidelijk een film van Peter Watkins, zo'n beetje de uitvinder van het docudrama. Eerder bezocht hij al de krijgers van Culloden, hier pakt hij de zaken moderner aan. Op het hoogtepunt van de koude oorlog laat hij zien wat er in Groot-Brittannië gaat gebeuren als de nucleaire oorlog uitbreekt. Een keten van reacties, met enkel ellende tot gevolg. Zijn punt wordt in een paar verschroeiende flitsen duidelijk. Wil je werkelijk al die raketten in de achtertuin hebben staan? Krieg dem Kriege! Wie zichzelf tot de tanden bewapent gaat, kan ook weinig anders verwachten dan 'retaliation'. De Boulting Bros zouden snel klaar zijn... Eén kernbom en het is Seven Seconds to Noon. Naast een schat aan distopische taferelen (een Children of Man avant la lettre) biedt The War Game ook boeiende reflectie op de praxis. Zo'n 'full scale civilian evacuation' leidt onvermijdelijk tot gedwongen opvang. Denkend aan Steenbergse raadsvergaderingen, vrees ik het ergste. Voor de wat te pompeuze commentaarstem putte Watkins uit afleveringen van het Civil Defense Bulletin. Ik keek er na afloop een paar. Dat had ik niet moeten doen. Het droge optimisme verbijsterde bijna meer dan de horrorbeelden. 'Blus wat brandjes en help de buren.' The War Game misleidt de mensen nergens, en werd prompt door de BBC verboden. 'This is the wind of a firestorm.'