maandag 31 augustus 2009

La Vie de Bohème

Het was lang geleden dat ik nog 'ns een Aki Kaurismäki zag. Deze is behoorlijk atypisch, al was het maar omdat ie op een verhalenbundel (en de bekende opera van Puccini) is gebaseerd en in Frankrijk werd opgenomen. De uiteindelijke film is desondanks (en zeker in 't begin) de bekende droge humor, al is 't bij vlagen wat romantischer, met een orkestmuziekje erbij enzo. Zoals de titel al doet raden is 't eigenlijk een soort Nescio met wannabe-artiesten. Een schildertje, een componistje en een schrijvertje, ze dromen zich titaantjes, maar zijn uitvreters. Zoiets. Aki schakelde wel een hoop Finnen in, die dus Frans dienen te spreken en dat vanzelfsprekend op bizarre wijze doen. De drie scharrelen door de seizoenen heen de eindjes bij elkaar, de (Albanese) schilder, wordt verliefd en gedeporteerd, maar keert al snel terug in de bagagebak van een Trabantje. Leuke cameo is 'r voor JP Léaud, de enige fan van het oeuvre van de schilder. Niet onaardig en prachtig zwart-wit geschoten, maar 't haalt het toch niet bij Aki's Finse werk.

Chiedo Asilo

Een van de films die werkelijk jaren op mijn "to see"-lijstje stonden, zonder enige reden eigenlijk. De rip was wel te vinden, maar ja Italiaans zonder ondertiteling. Maar geduld wordt beloond en de ondertiteling was nog prima ook. De film leek ook hard op weg naar dat predikaat, maar verzandt in zijn eigen landerigheid en herhalingen. Echt jammer want er zijn een hoop magisch-bizarre momenten, had veel meer ingezeten. Een jonge Roberto Benigni woont op een appartementje met een dikke harige Italiaanse avant-garde theatermaker. Roberto's beste vriend is een wat debiele reus van een jongen met een hoog stemmetje, zelf heeft ie altijd een tape-recorder met accordeon-muziek bij en op een dag loopt hij een kinderdagverblijf in en gaat 'r werken. De hele "schtick" van de film is dat Benigni de kinderen bloedserieus neemt in de gesprekken en tegelijkertijd volkomen absurde ideeën heeft over lesgeven. Hij dropt een ezel op 't schoolplein, hij doet alsof hij zwanger is of hij neemt de kinderen mee op excursie naar een of andere gevaarlijke fabriek, waarna de politie ze in een busje komt halen en hij ze een verzetsleus leert. Ontzettend lief allemaal, maar door de absurde tijdssprongen wordt 't allemaal wat fragmentarisch. Volgens mij had regisseur Ferreri één draaidag in de winter en één in de zomer en that's it.

The Thin Blue Line

Het kostte Erroll Morris jaren om alle betrokkenen, in deze docu over een moord, voor de camera te laten verschijnen. Uiteindelijk was 't de moeite waard, niet alleen omdat The Thin Blue Line haast een archetype van een documentaire is (Dear Zachary heeft bijvoorbeeld eenzelfde ritme) de onschuldig ter dood (en later levenslang) veroordeelde kwam uiteindelijk dankzij de film vrij. En wat doet de man? Hij klaagt de regisseur aan omdat hij vond dat die niet het recht had z'n levensverhaal te exploiteren. (Ofzoiets) En bedankt! Deze man is een "drifter" met "bushy hair" (Texas hates hippies denk ik) die in de omgeving van Dallas werkt. Als ie autopech heeft komt ie een jong gastje tegen, waarmee hij een avondje mee aan de wandel gaat. (Niks bijzonders, drive-in bios, restaurantje, beetje wiet roken) Maanden later wordt de man van zijn bed gelicht en blijkt hij een agent te hebben vermoord. Politiecorps kunnen niet meer logisch nadenken als een agent 't loodje ligt (ook weer niet zo gek natuurlijk) dus in een extreme tunnel-visie wordt de man op nul komma nul niks bewijs ter dood veroordeeld. Stel je voor, je hebt twee verdachten, één met een waslijst aan criminele activiteiten en één met een blanco strafblad, wie zet je dan in de stoel? De laatste natuurlijk! Parade aan prachtkarakters trouwens, een Tokkie-vrouw die voor geld wel even de "juiste" man als dader wil aanwijzen, en 't jonge crimineeltje met z'n small-town Texas accent. ("Smoked some marihuana and whathaveye") In een van de mooiste momenten krabt hij even in z'n haar en komen de boeien ineens in beeld. (Ok, hij had al een oranje pak aan, maar toch)

Make Way for Tomorrow

Werd op IMDB omschreven als de Amerikaanse Tokyo Story, maar deze Amerikaanse semi-klassieker dateert nog van ver daarvoor. Een bejaard echtpaar roept hun kinderen bijeen, met de mededeling dat nu pa zonder baan zit ze 't huis niet meer kunnen betalen. Wat nu? De (net als in Tokyo Story) ondankbare kinderen zitten bepaald niet te springen om de ouders bij hun in huis te nemen, dus dat respect was al weg in 1937! Ieder heeft wel een smoesje. Een van de twee, dat zou misschien nog net lukken. En zo geschiedt. Moeder zit op haar krakende leunstoel te breien en honderden kilometers verderop beledigt pa de huisarts. De film, die overigens een favoriet was van Orson Welles, wordt pas echt goed als het echtpaar dan nog een dag met elkaar door mag brengen, voordat pa nog wat verder weg wordt verhuisd. Ze weten allebei dat dit de allerlaatste keer zal zijn. Als een jong verliefd stelletje dartelen ze door de stad. Het beroemde en bittere einde laat alle melodrama achterwege.

zondag 30 augustus 2009

Diner

Een man van de eighties en very early nineties, die Levinson. Naast het bekende Rain Man won ie ook met Bugsy (nooit van gehoord) een Oscar voor beste film. Pechtold hield 't in Zomergasten op Wag The Dog, maar ik keek Levinson's meest persoonlijke film, zijn regie-debuut Diner. (Getipt door Olaf) Diner is een echte vriendenfilm vol boefjesstreken en belangrijke zaken als poolen en platencollecties. "Fuck mature!" De meisjes blijven soms letterlijk buiten beeld. Het gezicht van een huwelijkskandidate, die klaarblijkelijk zonder morren een bloedserieuze American Football-quiz ondergaat, krijgen we niet eens te zien. Diner is een upper-class-film en dat is, moge wel duidelijk zijn na Whit Stillman, veel leuker dan armoede-drama's. Deze gasten hebben in het restaurantje tenminste tijd om eindeloos te lullen over de meest onbelangrijke zaken. Of je een stukkie sandwich van de ander mag, bijvoorbeeld. Alleen Mickey Rourke, verslaafd aan al dan niet bizarre weddenschappen, valt wat uit de toon. Hij lijkt de enige die moet werken voor zijn geld, in de beauty salon of all places. De anderen rommelen wat op Wall Street, in de advocatuur (wil Rourke ook wel) of teren gewoon op de toelage van pa. Dronkelap, prankster en held van de film Kevin Bacon hangt liever op de bank, de juiste antwoorden naar een tv-quiz schreeuwend. Zijn smirkin' lachje na elk juist antwoord is hilarisch. Het allerbeste moment is zoals 't hoort muzikaal en komt als de vervelendste van 't stel ineens een aardig moppie piano blijkt te spelen. Zijn maat breekt van enthousiasme en pure trots een glas. "I'll pay for it!" "My buddy!"

Distant Voices, Still Lives

Wellicht is Terence Davies een acquired taste, want tijdens het kijken naar deze flick ging ik vooral geweldig positief over The Long Day Closes denken. Dat lijkt de verbeterde (en ook latere) versie. Beide maalstroom-films vol muziek, (hier veel Benjamin Britten) a capella gezang en kunstzinnige (overbelicht, grauw, sepia) beelden. Distant Voices en Still Lives (de titels verschijnen ook apart) is een tweeluik over een working class jeugd, een agressieve vader en drie vriendinnen die allemaal gaan trouwen, met echtgenoten die ook niet deugen. Het is zingen (of janken in de bios) om 't verdriet te vergeten. Heeft ook wel wat van de sfeer van John Huston's The Dead, alleen dan dus plotloos.

Het Echte Leven

Als ik me niet vergis was Vido Liber hier al vrij negatief over, maar in mijn directe omgeving was men heel enthousiast, dus toch maar zitten kijken. Je moet naar de kenners luisteren, blijkt weer. Het Echte Leven heeft wellicht Adaptation-ambities (wat te prijzen is) en er zijn ook wel wat magische momenten, als de film in de film wordt doorsneden met dezelfde dialogen uit de casting audities bijvoorbeeld, maar Robert Jan Westdijk verknald het met een hele hoop flauwe humor. De kale grip die uiteindelijk als acteur wordt ingeschakeld lijkt sowieso net de Lama die ook bij Doe Maar Normaal (BNN's Never Mind the Buzzcocks) zit. Ik ging me ook afvragen of Westdijk zelf al de lagen in zijn film uit elkaar kon houden, hij had de "echte" laag nog wel wat duidelijker neer kunnen zetten, nu lijkt haast alles de film-in de film. (En er ontstond er bijna een soort derde laag, alsof er twee gefantaseerde verhalen door elkaar liepen)

Funny Ha Ha

Dat hele mumblecore-genre was geloof ik maar een kortstondig beweginkje, maar ik vind 't toch wel vreemd dat niemand van de regisseurs/acteurs de sprong naar een grotere film heeft kunnen maken. Net zoals lo-fi bandjes vroeg of laat ook altijd toch in de studio voor een major gaan zitten. Zeker Andrew Bujalski, die met Funny Ha Ha debuteerde en zijn stijl in Mutual Appreciation perfectioneerde lijkt er talent genoeg voor te hebben. Zelfs als acteur. Hij is hier ook op dat gebied de beste, in zijn eigen film dus, als hij een nerd speelt die een meisje mee uit drinken neemt, maar zo op haar verliefd is dat ie 't eigenlijk (al dan niet hypothetisch) alleen maar daarover wil hebben. "Why don't you have a boyfriend?" (En ondertussen dromen dat hij...) Dat meisje (Kate Dollenmayer) is dan ook een geek goddess zoals iemand op YouTube zei, waar een filmpje van 'r is te zien in een trillende massage-stoel! Zij is 't hoofdpersonage dat in tijdelijke baantjes haar tijd verdoet en waarop alle jongens (onder wie een Novak Djokovic look-a-like) verliefd zijn. Is allemaal vrij koel zeker vergeleken met 't romantische Quiet City. En oh ja, ik heb niks tegen lo-fi beeld, maar zelfs 't geluid in Funny Ha Ha hapert bij vlagen, daar kan ik dus echt niet tegen.