vrijdag 17 augustus 2018

Flesh and the Devil

Who are you?' Liefde en ethiek sluiten elkaar uit. Nou ja, in elk geval onttrekken the rules of attraction zich er graag aan. De mysterieuze Garbo verschijnt in deze twenties-prent in het leven van twee Duitse BFF's. Via een flashback zien we eiland-plaatjes van hun adellijke jeugd. Een pastoraal bloedbroederschap beklonken met een snee. De ijskoningin van het lijden weet wel raad met zulk jeugdsentiment. Ze heeft aan één bal-dansje genoeg, afgevinkt op haar Tinder-match-kaart. Suggestief wordt er even later al een sigaretje gedeeld. Maar willen die Duitse Freunden nu werkelijk? Ik vermaakte me een tijdje met een freudiaanse interpretatie. Het duo sublimeert verboden homo-erotische gevoelens in de vorm van een zondige vrouw. Een afschuifspel, waarbij zij heen en weer gaat, en de knapentwijfel toeslaat. De twee willen ook iets te graag met een gun zwaaien. Een mooi-macaber silhouettenduel vormt het visuele hoogtepunt. Het plot zelf blijft verder – zonder overwerk – saaiig en forgettable melodrama. In de stomme film-traditie vergiet men zigeunertranen. Rollende ogen, starende ogen. Wat is er intiemer dan het oog? Wat is er gevaarlijker dan een bekeken vriendschap? The Isle of Friendshap, zó had de film moeten heten. Ieder een eiland, alleen en op zichzelf. Omringd door roerige wateren. Vraag maar aan Jules et Jim. 'What does it matter?'

The Rules of Attraction

'It's a confirmed statistic man.' Fucking, fucking en nog eens fucking. Tarantino-collaborateur Roger Avary weet wat we willen. Neuken, en, the opposite of sex, geweld. Of moeten we van een fysieke Janus-kop spelen? (Lasch zei al dat de termen voor seks steeds meer een gewelddadige bijbetekenis hebben gekregen.) Een film als The Rules of Attraction toont die dubbelzinnigheid. Slut seeking en cynicism delivering. Liefde blijkt een grap, en zelfs de werkelijk verliefde wordt niet langer meer geloofd. (Al was het maar door zijn eerdere gedrag!) Je kunt veel van Bret Easton Ellis zeggen, maar niet dat ie zijn hand niet in de kut van onze tijd heeft. Avary's adaptatie zwengelt met visuele flair de misantropie goed aan. Vooral de vrouwen zijn cynisch – helaas doet Christina Ricci niet mee. Ze was te oud zeker... De eye candy is mij nu wat te eye candy, de bewuste walgelijkheden te obligaat. 'Moving through the doorway of a nation', met giga-passen. Sean Bateman hengelt een film lang vergeefs naar de liefde van een grietje met Griet op de Beeck-kapsel. Hij vergeet te kijken naar de ware. De smeerboel piekt in dé juxtapositie. Nudity en blood, voor de Warpaint-fans. Ik genoot zelf braaf van de Harry Nilsson-drone, en een paar rake flodders. ('Rome, it's like L.A. with ruins') Het duurt allemaal wel lang, Avary moest zijn XL-versie zeker tonen. 'It's Dick!'

Days of Being Wild

'Ik heb je niet mijn dromen gezien hoor vannacht.' Een nevel van bronstigheid beslaat de lichamen, een mist van sigaretten hangt boven de hemel van Hong Kong. Dat kan alleen Wong Kar-Wai wezen. Ik was er heel erg aan toe, en het werkt weer meteen. Het wilde wordt waargemaakt. Oude showtunes vullen een lonely night winkeltje. (Dat overigens later in de krochten van een voetbalstadion blijkt te liggen!) Eenzame nachtelijke zielen stoten elkaar af en aan, en dat minuten-, dagen-, jarenlang. Days of Being Wild vertelt, net als Visconti's Senso, over de avonturen van een player. De versiertrucs zijn duidelijk: een vleugje psychopathie en kunnen dansen: het volstaat om de meisjes te tonen wie de baas is. Wong himself kan de verleiding niet weerstaan om enkele Hong Kong-punches te plaatsen. (Hij moest óók even zijn spierballen tonen). Zijn tweede film gaat het diepst in de midden-fase. Dan verkrijgt de player tragiek, als een treurige roman van Romain Gary. De meisjesmagneet kibbelt met zijn adoptiemoeder, die zelf ooit playerette was. Liefde geven gaat hen slechter af dan krijgen. De twee zielen hebben altijd in kapitaal gedacht en nooit in zorgen. Later laat ook Wang zich betrappen op zelfgeilerij. Fetisjistisch stijlvol. Zo, en alleen zo, kan hij het. Haren kammen in HK. Tot het weer perfect valt, als een slagregen. 'I just wanted to wander around.'

donderdag 16 augustus 2018

Senso

'Denk over mij als je schaduw.' Begon de Belgische onafhankelijkheidsstrijd ook niet bij de opera? Gevaarlijke kunstvorm! Tevens een logisch begin voor deze Visconti-film, waarin hij met veel gevoel voor melodrama de laatste dagen van de Oostenrijkse dubbel-monarchie schetst. In bezet Venetië. De obligate referentie aan Die Welt von Gestern ontbreekt niet, maar voor het overige is Senso een film geschikt voor de massa. Veel lange haren, diepe decolletés en strakke broeken. Een getrouwde gravin valt voor een Oostenrijkse officier. Dubbel-gevaar, want zelf heeft ze revolutionaire connecties. Het blijkt al snel dat Visconti zich weer opperbest op gemak voelt onder de adellijke lui, zijn natuurlijke habitat. Daar lukt hem het meest als filmmaker, denk maar aan Il Gattopardo. Senso is als film echter een stuk minder episch en somms zelfs pseudo-verheven. Dwalend door filmgeniek Venetië, een blauwgroene stad van vluchtige schimmen en liefdes, droomt de depri gravin van haar officier in spookgewaad. Even plots placht hij aan haar te verschijnen. Dat kan niet goed blijven gaan, en in een zorgvuldige opgebouwde compositie schrijden we van weelderig shot, naar betraande finale. Een echte opera. Niet veel diepgang, maar met Emozione. Opgaan in het massaspektakel van de meute. Common senso. 'Je zult er later achterkomen, in herinneringen.'

Arsenal

'Er was een oorlog.' De Oekraïner Dozhenko deed de dingen net even anders. Vreemder en gevaarlijker dan zijn Sovjet-collega's ging hij de revolutie te lijf. Belichaamde de strijd in zijn cinema met bloed, zweet en tranen. Hij toont ons een dorp vlak na de Eerste Wereldoorlog. Op verschroeide aarde staan verzwolgen moeders dood-stil. Een agent bepoteld een meisje. Iedereen is murw gebeukt door de ellende. Binnen een paar snelle poetry cuts maakt Dozhenko van het platteland The Waste Land. Zijn werk is bijna net zo idiosyncratisch als dat van TS Eliot, wat zowel positief als negatief opgevat dient te worden. Vaak onnavolgbaar, maar tijdens de mooiste scenes komen de (toch niet zo) willekeurige elementen van zijn compositie plots zó schril tezamen, dat het bijna Idi i Smotri lijkt. Meer in de geijkte Rodedeleger-pas staan hier baarden op tegen de verwijfde koelakken. Hun machine raakt op volle treinsnelheid, richting futuristische toekomst. De tegenstelling met de lege slow motion van het begin, hakt er aardig in. Intense op het overdrevene af. Zelfs de paarden spreken. 'Wij snellen op 24 benen vooruit!' Dozhenko beent op zijn best wanneer alle mensen, al te menselijk (stil) vallen. De laatste stuiptrekking van een accordeon. De holle blik van de gedoemden. Een man met robocop-mimiek vuurt. 'Laat, laat, laat het zijn'.

Ringu

'Extra innings, they'll be late.' Vroeger zaten de kids de hele dag voor de tv ('tutfut'). Zeker als de ouders wegens de honkbal laat thuis kwamen. Ringu diende zich aan als oplossing. Hoeveel gemene vaders zouden hun kroost een VCR hebben toegeschoven? Moet je kijken wat er gebeurt, als je teveel kijkt! Het meta-gegeven werkt weer aardig. Spannend voorspelbaar, je weet dat het komt, en het komt. Bovendien, wat is er nou neurotischer dan een videostill milliseconde voor milliseconde moeten bestuderen. Toepasselijk dus dat het enige, échte schrikmoment een verstilde grimas is. Mij verraste vooral het onderzoeksaspect. Een journaliste, alleen erop uit. ('Dit is gestoord'). Het scenario laat haar Zodiac-rustig puzzelen. De behekste video zelf brengt tarkovskiaanse vaagheid. Ik kreeg er foetus-associaties van. (Zoiets zegt vast meer over mij.) In elk geval zien we een put, een Van Eyckiaanse huwelijksspiegel, en zijn er genoeg verwrongen kinderen on and off screen. Het zoontje van de onderzoeksjournaliste wordt magnetisch richting doodsbesef getrokken. Het boze kind heerst, in de goede freudiaanse traditie. Voor het einde gaat men het helaas minder in Cronenbergland zoeken, en alsnog back to nature. Dat fokt met de warrige les. Niks, video killed the horrorstar. Hometaping is saving people! Tijd voor een versie met torrents. 'You saw it.'

woensdag 15 augustus 2018

The Great Mughal

'Happiness is a fool's emotion.' Werd hoog tijd, my very first real Bollywood picture. Hun classics zijn vaak lastig op te sporen, en als je er een te pakken krijgt, is er altijd wat mee. Hier lijkt het gerestaureerde epos fanatiek onder de noise reduction filter te zijn gelegd. Alle roomtone eruit, de personages schetteren op Wesley Sonck-volume. Beter geslaagd, wat zeg ik, hallucinant goed gedaan, is de inkleuring. Ik kan me het origineel nauwelijks in zwart-wit voorstellen. Het paleis van de Mughals schittert in duizend kleurtjes. Er zijn prachtige shots van draaiende jurken, gespiegeld in honderdduizend mozaïeken. Elk meisje van top tot teen gewassen met Ariel powertabs. Het operaverhaal wordt verteld door de natie zelf. Hindustan. De godheid toont de kijkers de worsteling van een oude islamitische heerser met zijn zoon – en zijn vermaledijde principes. 'The prince began to develop certain tastes.' Zoonlief moet en zal een slavin huwen. Drie uur aan drama vormt het logische vervolg. Veel gedreig met zelfmoord, en rijen aan stoere sitar-halzen. Aan de piepstemmetjes zal ik nooit wennen, maar op ritmisch gebied smaken de delicatessen. Wat is de tabla toch een mysterieus stuwend instrument. In de mooiste scene spiekt de prins achter het doek, naar het (stand)beeld. Altijd gevaarlijk in de platoons-islamitische traditie. En wat staat daar? Zijn gedoemde vrouw. 'Lijd, maar niet met tranen.'

Gladiator

'They love a barbarian.' Ik zou wel eens een serieuze film over de Romeinse tijd willen zien, waar de geur van garum je tegemoet slaat. (Nou ja.) Een drama zónder gemat, gekonkel en perversiteiten. Die drie Romeinse clichés worden hier weer moeiteloos afgevinkt. Deze matfilm met Mocro-bontkraagje Russell Crowe baadt in budget en dus in bijpassende grandeur. Ook dat is Romeins, natuurlijk. Het meest pompeuze rijk, aan het veroveren om het veroveren. Zelfs de 'wijze' filosoof-koning Marcus Aurelius doet mee. Hij zal de democratie wel zijn gaan brengen... Latinisten hadden gejubeld wanneer Mel Gibson regisseerde, maar Ridley Scott houdt het makkelijk. Veel slowmotion, veel bloed, en als verhaaltje een Shakespeariaans koningsdrama. De personages weten het zelf. 'This is pleasant fiction, isn't it.' Meer dan dat, 'a striking story.' Tijdens een van de vermakelijkste momenten moet de verbannen soldaat Crowe als gladiator meedoen aan een re-enactment van Spartacus. Zo'n beetje zijn eigen doel! En een verwijzing die iedereen snapt. De arena-gevechten zijn de WWF van hun de oudheid, inclusief crowdwinning fascisme. Mij viel vooral het 'maximus' geluidsdesign op. Een keer schrok ik zelfs. Voor het bijlpuntje melancholie zijn er de Elyisian fields forever. Toch een aardig aureliaanse aai van acceptatie. 'There is always someone left to fight.'