'I'm not smiling, I am containing a casual face.' Dat is hier in de tweede
helft niet zo moeilijk meer, want god wat wordt deze Hunter
Thompson-film dan saai. Sowieso, Hunter S Thompson versus de
vastgoedmagnaten?! Dat is meer het terrein van John Sayles. Het eerste
uur heb ik wel zitten lachen; daar zit ook die opmerking, als Hunters
alter-ego en zijn maat (een vadsige journalist) in een Puerto Ricaanse
'natives'-bar zitten. En daar niet gewenst zijn. En toch steak eisen.
Johnny Depp speelde natuurlijk al eerder een Hunter-rol, maar met de
malle drugs-trip Fear and Loathing heeft The Rum Diary weinig van doen.
Dit is eerder Disney voor male adults. Zelfs een sensuele zeemeermin
ontbreekt niet. Die Disney-associatie wordt vooral gewekt door door de
donkerbruine Arnold Gelderman-stem van Michael Rispoli (de dikke
journalist) die in een Fiat 500'tje rijdt, en op cartooneske wijze
tv-kijkt. Meer Hunter is de derde roommate van het ouche reporters-trio,
een Hugo Borst-achtige ziekende kerel ('is it the clap? 'it's a
standing ovation') tevens in het bezit van allerhande naxi-parafernalia
én de beste zelfgebrouwen drugs. De ultieme Hunter-scene blijft toch wel
het moment na inname van de drugs, maar vóór ze gaan werken. 'Do you
feel anything? Is it bullshit?'. Veel van die sfeer'shots' zijn
hier dus niet aanwezig, de film swingt niet, pas halverwege klinkt er wat
live-muziek, maar ook op de soundtrack gaan de Caraïbische remmen
nergens écht los.
Posts tonen met het label Bruce Robinson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bruce Robinson. Alle posts tonen
maandag 9 juli 2012
zaterdag 3 juli 2010
Withnail & I
Door George Harrison medegefinancierde schelmenfilm die zich afspeelt in 1969. Het hoofdpersonage heeft dan ook een Lennon-brilletje. Twee totaal mislukte acteurs (eentje lijkt op Christopher Walken) wonen in een gammel appartementje, af en toe komt er pseude-wijsheden serverende, joints als kandelaars rokende dealer thuis langs. Het duo krijgt bonje in een café, kortom een leven waarin niets lukt. Dan weten ze via een oom een huisje op het platteland te regelen, wie weet dat het daar dan beter zal gaan. Het blijkt er ijskoud, de mensen zijn even onaardig als in de stad, het eten en het brandhout zijn op en tot overmaat van ramp duikt diezelfde oom op. Een geslaagd homoseksueel typetje, met jagershoed, een hoop vet en een overmatige interesse in de vriend van zijn neef. Withnail & I is niet eens zo heel grappig, terwijl het wel een komedie is, maar juist de depressieve eind jaren '60-sfeer "wat hebben we nou eigenlijk met dit decennium gedaan" is goed getroffen. Met dank ook aan Jimi Hendrix op de soundtrack. Merkwaardige film, waar ik maanden later nog af en toe aan moest denken.
Labels:
Bruce Robinson,
films uit de jaren '80
Abonneren op:
Posts (Atom)
