Posts tonen met het label Robin Campillo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robin Campillo. Alle posts tonen
maandag 16 juli 2018
120 Battements Par Minute
'Ik heb 160 T4 cellen over!' Sterk AIDS-drama, waarin weliswaar weinig nieuws gebeurt, maar het nieuwe dat er gebeurt, wérkt. Een zeer groot deel van deze Franse praatfilm speelt zich bijvoorbeeld doodleuk af bij de vergaderingen van Act Up. Een felle dialectische club, bijna militant geleid. ('Niet discussiëren op de gang, klappen door middel van fingersnaps'). Zelfs de 'homofoob' Baudrillard krijgt ervan langs! We leven begin jaren negentig, met de eerste medicijnen op de markt. Hun werking beperkt zich tot bijwerkingen, dus smeken de slachtoffers om het vrijgeven van nieuwe testresultaten. Dat is echter buiten de farmaceutische maffia gerekend, daar helpt zelfs een Actie Tomaat niks aan. Het spektakel wordt begeleid door kekke disco-orgels en dromerige rave-piano's. Inderdaad, dit is een AIDS-film zonder opera! De cassettebandjes met Bronski Beat gaan rond (alsmede een Gameboy). Aan alles valt te merken dat de regisseur uit zelf doorleefde ervaringen kan putten. Cru gesteld was deze periode voor hem een tijd van saamhorigheid. Een overstijging van het heersende individualisme. Je zou er nog jaloers op worden. Maar dan volgt weer een van de vele scenes waar genot en pijn gruwelijk dicht bij elkaar liggen. Dat is precies de filmische kwaliteit van het virus... De saddest wank job in the world. 'We mogen elkaar niet, maar we zijn vrienden.'
Labels:
films uit de jaren '10,
Robin Campillo
zondag 12 juli 2015
Eastern Boys
Pederastie.
De film doet er even achteloos over als de personages, wat het verhaal
enkel beklemmender maakt. Een koele registratie van tederheid én
berekening. De dingen die gebeuren achter rolluiken... Eastern Boys
begint met een 'zoom' van tien minuten. Langzaamaan omsingelt de camera
een groepje Oostblok-jongens op Gare du Nord. Immer op hun hoede voor de
(vele) agenten, lummelend bij de Hema (!). Een zakenman houdt ze in de
smiezen. Net als de camera cirkelt hij almaar dichterbij, tot hij er één
te pakken heeft. 'Aren't you going to ask how much it costs?' De
zakenman kijkt verlegen. '50 euro'. De man geeft zijn adres. Het
spektakel kan beginnen. Eén lange Grunbergiaanse vernedering. De enige
optie is het maar te ondergaan. Slachtoffer van je eigen geilheid. En
geen DSK-geld om het af te kopen. (Maar wel genoeg spulletjes.) De rest
van de film duurt bij dat intro vergeleken nogal lang. De regisseur weet
niet goed waarnaar hij wil schakelen. Eerst krijgen we moeizame
arthouse. De jongen en de vader-figuur. Maar wie penetreert wiens leven,
nu eigenlijk? De zakenman blijft al te schimmig. De finale zoekt het
ineens weer in een ander register, al had de lekker schmierende
'bande'-leider het wel 'aangekondigd'. Toch was het voor
Rundskop-melodrama wel wat laat.
Labels:
films uit de jaren '10,
Robin Campillo
Abonneren op:
Posts (Atom)

