'I can sort of see... the future.' Ieder nieuw communicatiemedium roept
angst op. Zo dachten mensen vroeger geesten op foto's te ontwaren. (Of,
nog radicaler, dat hun eigen 'geest' gevangen werd.) Telepathisch
filmmaker Kiyoshi Kurosawa geeft een ISDN-draai aan dit fenomeen. De
meester van de voorafschaduwing piekt vroeg, met een verbluffende scene
waarin een dode 'hangt'. De kijker voelt dit al aan de ritselende
gordijnen, en tóch komt het nog als een shock. (Freud would love it.
Iets wéten kan ook spanning oproepen.) Niettemin behoort Pulse op
horror-gebied zeker niet tot Kurosawa's beste werk. Daarvoor zijn de
snelle switches wat onhandig getimed. (En flippen de acteurs
in hun computerangst al te Japans hysterisch, niveautje X-files). Veel
beter werkt de film als cult-nostalgie. Mediatheken vol NEC en Sharp-pc's. De geluiden van het inbellen en andere glitchy audiofucks. (Een
soort 'son de memoire'). Of wat te denken van de werkplek van een
drietal personages. Een Intratuin. Kurosawa is altijd 'on the level' met
planten. Het niveau stijgt met name wanneer de film een contemplatie op
eenzaamheid wordt. Een vroege internetkritiek. De atomisering van de
moderne samenleving, concreet gemaakt in de geest. Je moet het kunnen.
Net als die voorafschaduwing van 9/11, als toepasselijk 2001-einde.
'Ghosts and people are the same.'
Posts tonen met het label Kiyoshi Kurosawa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kiyoshi Kurosawa. Alle posts tonen
vrijdag 13 juli 2018
dinsdag 17 juli 2012
Charisma
Japanners en bossen, het blijft een bijzondere
combinatie. Charisma kan zo aansluiten in het rijtje Norwegian Wood en
The Mourning Forest, al word de film langzaam maar zeker nóg wat gekker.
En dat is eigenlijk ook wel weer typisch absurd Japans. Het eerste uur
is mooier en spiritueler. Net als in Cure (eveneens van Kiyoshi
Kurosawa) krijgen de mysterieuze elementen langzaam 'zin'. En ook hier
vallen die puzzelstukjes best fraai op zijn plaats. We beginnen weer met
een burn-out-cop, maar ditmaal is de moordenaar geen hypnose-freak. Het
is... een boom. De slachtoffers zijn echter niet enkel plantaardig,
want als de agent zich half-getikt in een Lynchiaans boswereld heeft
teruggetrokken, komt hij al even maffe mensen als hijzelf tegen. Een
(ex)-bewoner van een verlaten inrichting, een eco-fanatieke vrouw (ze
zegt professor te zijn) en grimmige stropers die in jeeps rondrijden, en
die zich meestal vrij gemakkelijk laten wegjagen. Al deze figuren
cirkelen om de boom, die al naar gelang het personage kapot, verkocht of
gekoesterd dient te worden. De agent hoort bij geen enkele partij, en
de periode dat hij allemansvriend is, is het beste van de film, begeleid
door een olijk gefluit op de soundtrack. Daarna barst de hel los, en
waar ik eerst de boom als metafoor zag voor geestesziekte ('vergiftigd
de omgeving, die er tegelijkertijd door aangetrokken wordt') was dat
nogal vergezocht. Wat is nu Japans obsessie (en trauma) nummer 1? Juist. En
paddenstoelen genoeg in het bos natuurlijk. Een mens vraagt zich af
waarom Japan ooit kerncentrales heeft durven te bouwen. Waren die
stropers toch gewoon de Amerikanen.
Labels:
films uit de jaren '90,
Kiyoshi Kurosawa
woensdag 11 juli 2012
Cure
In 2008 én 2009 al geforumtipt door Vido Liber,
en tóch ongezien gelaten, het is een schande. Cure is nochtans een
uitstekend opgebouwde thriller, met bovennatuurlijke horror-trekjes,
daarin zijn de Japanners natuurlijk kei(rin). Misschien kun je dit wel
een voorloper van die 'videoband moordt'-films noemen. Maar terugkerend
op de opbouw, Cure werkt op je in als een acupuncturist, het eerste uur
deelt de film onmerkbare speldenprikjes uit. Zo eng is het toch niet,
blufte ik nog stoer. Maar dan, en zonder dat de subtiliteit verloren
gaat, ontploft de film in het tweede uur ineens van binnenuit, en wordt
het bibberen geblazen. Cure gaat over een Memories of Murder-obsessie
met een culty seriemoorden-zaak. Schijnbaar normale mensen gaan plots
door het lint. Een detective peinst hier samen met een psychiater over,
terwijl zij tezamen het net sluiten om de verdachte, en de verdachte om
hen! Ondertussen heeft de detective problemen thuis. Zijn vrouw is gek
(op de wasmachine) én depressief, wat gevoelsmatig (en zonder geforceerd
aan te voelen) verband houdt met de krankzinnige zaken on the job. In
de allerbeste scene heeft de detective net de mysterieuze verdachte
gesproken, als er ineens beelden door zijn hoofd beginnen te flitsen, zo
kortstondig dat de kijker even denkt aan een glitch. De verdachte
kruipt onder de huid van de detective, in zijn hersenpan, richting zijn
allerdiepste Blauwbaard-angsten. Hypnose! (En we leren dat er ene Franz
Anton aan de basis staat van het woord 'mesmerising'.) Nog een teken van
de klasse van Cure is dat de verdachte in de spannendste scene in geen
velden of wegen te bekennen is. De film krijgt dus eigenlijk hetzelfde
voor elkaar als hij. Controle op afstand. En in trademark Japanse stijl
maakt die scene gebruik van een spooky video.
maandag 21 juni 2010
Tokyo Sonata
Is tachtig minuten lang een prima film over het tergend langzame demasqué van een Japanse vader, die ontslagen is en de schijn ophoudt, door te doen alsof hij nog gewoon naar zijn werk gaat. Uiteindelijk wordt hij natuurlijk toch betrapt en geconfronteerd met z'n talrijke gebreken, dondert zijn zoontje dankzij hem van de trap en is 't dieptepunt wel bereikt. Zijn er twee opties: dit dieptepunt is de loutering en de slotscène geeft een sprankje hoop. Of we eindigen op depressieve toon met een familie die volledig uit elkaar is gevallen. Helaas, Tokyo Sonata gaat nog veertig (!) minuten door met, na de arthouse van het begin, een totaal ander plot met bizarre trekjes. Het moment waar alles misgaat is zo makkelijk vast te pinnen dat het lachwekkend is. Vrouw en man komen na zijn bekentenis van werkloosheid elkaar tegen in een warenhuis waar hij voor een uitzendbureau als schoonmaker werkt. Hij schaamt zich enorm (is dat dan erger dan werkloos zijn?) en roept 'het is niet wat het lijkt'. Er verschijnt een tussentitel: drie uur eerder. Een maf sprongetje terug, de eerste in de film! Wat blijkt, de vrouw is ineens ontvoerd. (Je zou denken dat is dan haar man, een wraakactie ofzo, maar het blijkt een ander) De man heeft ondertussen in de warenhuis-toiletten een envelop geld gevonden. Of zou ie die stiekem toch thuis gejat hebben? Allerlei nieuwe elementen, die bij elkaar worden gebracht, zou je denken. Maar niks daarvan, ieder gaat zijn eigen weg en niks grijpt meer echt in elkaar. Dan waren de pijnlijke familie-registraties uit het begin toch heel wat interessanter. Belangrijke rol is er trouwens voor de jonge zoon van het gezin, die ineens bedenkt piano te willen spelen en een waar genie blijkt te zijn. (Zou dat echt nog voorkomen op je twaalfde?) Hij geeft aan het slot een Debussy-uitvoering, die als ie recht na die eerste tachtig minuten was geplakt vast heel wat aangrijpender was geweest.
Labels:
films uit de jaren '00,
Kiyoshi Kurosawa
Abonneren op:
Posts (Atom)


