Posts tonen met het label Kiyoshi Kurosawa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kiyoshi Kurosawa. Alle posts tonen

vrijdag 13 juli 2018

Pulse

'I can sort of see... the future.' Ieder nieuw communicatiemedium roept angst op. Zo dachten mensen vroeger geesten op foto's te ontwaren. (Of, nog radicaler, dat hun eigen 'geest' gevangen werd.) Telepathisch filmmaker Kiyoshi Kurosawa geeft een ISDN-draai aan dit fenomeen. De meester van de voorafschaduwing piekt vroeg, met een verbluffende scene waarin een dode 'hangt'. De kijker voelt dit al aan de ritselende gordijnen, en tóch komt het nog als een shock. (Freud would love it. Iets wéten kan ook spanning oproepen.) Niettemin behoort Pulse op horror-gebied zeker niet tot Kurosawa's beste werk. Daarvoor zijn de snelle switches wat onhandig getimed. (En flippen de acteurs in hun computerangst al te Japans hysterisch, niveautje X-files). Veel beter werkt de film als cult-nostalgie. Mediatheken vol NEC en Sharp-pc's. De geluiden van het inbellen en andere glitchy audiofucks. (Een soort 'son de memoire'). Of wat te denken van de werkplek van een drietal personages. Een Intratuin. Kurosawa is altijd 'on the level' met planten. Het niveau stijgt met name wanneer de film een contemplatie op eenzaamheid wordt. Een vroege internetkritiek. De atomisering van de moderne samenleving, concreet gemaakt in de geest. Je moet het kunnen. Net als die voorafschaduwing van 9/11, als toepasselijk 2001-einde. 'Ghosts and people are the same.'

dinsdag 17 juli 2012

Charisma

Japanners en bossen, het blijft een bijzondere combinatie. Charisma kan zo aansluiten in het rijtje Norwegian Wood en The Mourning Forest, al word de film langzaam maar zeker nóg wat gekker. En dat is eigenlijk ook wel weer typisch absurd Japans. Het eerste uur is mooier en spiritueler. Net als in Cure (eveneens van Kiyoshi Kurosawa) krijgen de mysterieuze elementen langzaam 'zin'. En ook hier vallen die puzzelstukjes best fraai op zijn plaats. We beginnen weer met een burn-out-cop, maar ditmaal is de moordenaar geen hypnose-freak. Het is... een boom. De slachtoffers zijn echter niet enkel plantaardig, want als de agent zich half-getikt in een Lynchiaans boswereld heeft teruggetrokken, komt hij al even maffe mensen als hijzelf tegen. Een (ex)-bewoner van een verlaten inrichting, een eco-fanatieke vrouw (ze zegt professor te zijn) en grimmige stropers die in jeeps rondrijden, en die zich meestal vrij gemakkelijk laten wegjagen. Al deze figuren cirkelen om de boom, die al naar gelang het personage kapot, verkocht of gekoesterd dient te worden. De agent hoort bij geen enkele partij, en de periode dat hij allemansvriend is, is het beste van de film, begeleid door een olijk gefluit op de soundtrack. Daarna barst de hel los, en waar ik eerst de boom als metafoor zag voor geestesziekte ('vergiftigd de omgeving, die er tegelijkertijd door aangetrokken wordt') was dat nogal vergezocht. Wat is nu Japans obsessie (en trauma) nummer 1? Juist. En paddenstoelen genoeg in het bos natuurlijk. Een mens vraagt zich af waarom Japan ooit kerncentrales heeft durven te bouwen. Waren die stropers toch gewoon de Amerikanen.

woensdag 11 juli 2012

Cure

In 2008 én 2009 al geforumtipt door Vido Liber, en tóch ongezien gelaten, het is een schande. Cure is nochtans een uitstekend opgebouwde thriller, met bovennatuurlijke horror-trekjes, daarin zijn de Japanners natuurlijk kei(rin). Misschien kun je dit wel een voorloper van die 'videoband moordt'-films noemen. Maar terugkerend op de opbouw, Cure werkt op je in als een acupuncturist, het eerste uur deelt de film onmerkbare speldenprikjes uit. Zo eng is het toch niet, blufte ik nog stoer. Maar dan, en zonder dat de subtiliteit verloren gaat, ontploft de film in het tweede uur ineens van binnenuit, en wordt het bibberen geblazen. Cure gaat over een Memories of Murder-obsessie met een culty seriemoorden-zaak. Schijnbaar normale mensen gaan plots door het lint. Een detective peinst hier samen met een psychiater over, terwijl zij tezamen het net sluiten om de verdachte, en de verdachte om hen! Ondertussen heeft de detective problemen thuis. Zijn vrouw is gek (op de wasmachine) én depressief, wat gevoelsmatig (en zonder geforceerd aan te voelen) verband houdt met de krankzinnige zaken on the job. In de allerbeste scene heeft de detective net de mysterieuze verdachte gesproken, als er ineens beelden door zijn hoofd beginnen te flitsen, zo kortstondig dat de kijker even denkt aan een glitch. De verdachte kruipt onder de huid van de detective, in zijn hersenpan, richting zijn allerdiepste Blauwbaard-angsten. Hypnose! (En we leren dat er ene Franz Anton aan de basis staat van het woord 'mesmerising'.) Nog een teken van de klasse van Cure is dat de verdachte in de spannendste scene in geen velden of wegen te bekennen is. De film krijgt dus eigenlijk hetzelfde voor elkaar als hij. Controle op afstand. En in trademark Japanse stijl maakt die scene gebruik van een spooky video.

maandag 21 juni 2010

Tokyo Sonata

Is tachtig minuten lang een prima film over het tergend langzame demasqué van een Japanse vader, die ontslagen is en de schijn ophoudt, door te doen alsof hij nog gewoon naar zijn werk gaat. Uiteindelijk wordt hij natuurlijk toch betrapt en geconfronteerd met z'n talrijke gebreken, dondert zijn zoontje dankzij hem van de trap en is 't dieptepunt wel bereikt. Zijn er twee opties: dit dieptepunt is de loutering en de slotscène geeft een sprankje hoop. Of we eindigen op depressieve toon met een familie die volledig uit elkaar is gevallen. Helaas, Tokyo Sonata gaat nog veertig (!) minuten door met, na de arthouse van het begin, een totaal ander plot met bizarre trekjes. Het moment waar alles misgaat is zo makkelijk vast te pinnen dat het lachwekkend is. Vrouw en man komen na zijn bekentenis van werkloosheid elkaar tegen in een warenhuis waar hij voor een uitzendbureau als schoonmaker werkt. Hij schaamt zich enorm (is dat dan erger dan werkloos zijn?) en roept 'het is niet wat het lijkt'. Er verschijnt een tussentitel: drie uur eerder. Een maf sprongetje terug, de eerste in de film! Wat blijkt, de vrouw is ineens ontvoerd. (Je zou denken dat is dan haar man, een wraakactie ofzo, maar het blijkt een ander) De man heeft ondertussen in de warenhuis-toiletten een envelop geld gevonden. Of zou ie die stiekem toch thuis gejat hebben? Allerlei nieuwe elementen, die bij elkaar worden gebracht, zou je denken. Maar niks daarvan, ieder gaat zijn eigen weg en niks grijpt meer echt in elkaar. Dan waren de pijnlijke familie-registraties uit het begin toch heel wat interessanter. Belangrijke rol is er trouwens voor de jonge zoon van het gezin, die ineens bedenkt piano te willen spelen en een waar genie blijkt te zijn. (Zou dat echt nog voorkomen op je twaalfde?) Hij geeft aan het slot een Debussy-uitvoering, die als ie recht na die eerste tachtig minuten was geplakt vast heel wat aangrijpender was geweest.