Posts tonen met het label Rian Johnson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rian Johnson. Alle posts tonen

donderdag 9 juli 2020

Knives Out

'Physical evidence can can tell a clear story with a forked tongue.' Cluedo met The Royal Tenenbaums, dat zal de pitch van Rian Johnson zijn geweest, vermoedde ik. Gemoedelijk met een lijk zet het bekende spel zich in gang. Een meta mystery writer sterft, en iedereen voelt dat er iets niet klopt. Is het zijn laatste grap? Enter Daniel Craig ('a self-made man himself'), als de prive-detective die de rijke collectie nabestaanden eens met de tong in de wang (en het rokertje in de muil) komt grillen. Het ontbreekt Craig aan komische flair en timing, maar het scenario redt hem. Wanneer de boel in een landerig kerstniemendalletje dreigt te verzanden, gaat de poststructuralistische theorie in overdrive. De teksten worden leuker, de onzin zinniger – 'a nazi child masturbating in the bathroom – en de Pynchon-diss mogen we best gewaagd noemen. Herr Sleuth met het nep-accent krijgt hulp van de brave huismeid, en van de oudste der aanwezige moeders. Laatstgenoemde zorgt voor het leukste meta-moment. Iedereen weet dat we al een decennium door Hollywood opgelegd naar hipperige vinyl en peperdure pick-ups moeten kijken. Hier wordt eindelijk eens een cd-speler ingezet. En wat voor een! Meer retro dan de retro zelve. De prijs van de McIntosh is wel even slikken... Net als de huishoudster dat moet doen om aan het scherpe web te ontsnappen. 'Indulge me.' 

dinsdag 2 juli 2013

Looper

Rian Johnson blijft een wispelturig talent, er zit nog altijd meer in dan er hier (en nu) uitkomt. Looper is niettemin een behoorlijk leuke 'stijl boven inhoud'-film, waarin het stijl-aspect niet zozeer in de beelden zit, maar in het feit dat Johnson een cool eerbetoon aan alle mogelijke genrefilms brengt. (Het gaat van film noir, tot western, en dat alles in een sci-fi setting.) Om de scene vindt hij tijd voor een parafrase, vaak niet echt tot één film te herleiden, maar wel met het bijpassende gevoel dat je het als eens eerder in een klassieker hebt gezien. Meetings in diners, wisecracks op de voice-over, en suspense bij een maisveld. (Ok, die is makkelijk, North by Northwest...) Fijn is ook dat de film zichzelf op de hak neemt: 'Laten we het niet over tijdreizen hebben, anders zitten we hier de hele dag met diagrammetjes.' Maar net als in Brothers Bloom begint Johnson gedurende Looper ongeveer vijf keer aan een nieuwe film. Dat zorgt toch voor chaos en onevenwichtigheid. Het eerste half uur is het Brick-sterkst, met Joseph Gordon-Levitt en Paul Dano als een bijzonder soort moordenaars. Gordon-Levitt dwaalt in de nabije toekomst door retro-nachtclubs, als ware hij op zoek naar een Chinese Bookie. Zijn slachtoffers worden wel wat eenvoudiger 'aangeleverd'. Dan volgt een existentiële twist. Even daarvoor trekt Gordon-Levitt een echt Bruce Willis-bekkie (met hulp van wat schmink?) en wie arriveert daar ter plaatse... Juist. Willis komt uit de toekomst en is de oudere versie van de huurmoordenaar. Een soort replicant dus. Je verwacht een film waarin de twee 'ikken' in een psychologische crime-tale elkaar uit de brand moeten helpen, maar hun wegen loopen al snel uiteen, waarna Willis een lege huls blijft. Rian Johnson zoekt in de mindere tweede helft óók nog het bovennatuurlijke op, met een heel eng Asperger-kind. (De angst voor autisten in deze onsociale virtuele tijden blijft toch opmerkelijk!) Emily Blunt speelt moeder en love interest, wat precies één galante scene oplevert. Een femme fatale wordt ze (helaas) nooit, maar de sequentie 'vrouw met zin, belletje, sigaretje' is wel heel fraai.

zaterdag 19 juni 2010

The Brothers Bloom

Er is geen film die ik dit jaar graag (en uit alle macht) goed had willen vinden als deze. The Brothers Bloom moest de Darjeeling Limited van dit jaar worden. Adrien Brody is ook hier aanwezig, Rian Johnson - die alleraardigst debuteerde met Brick - schrijft en regisseert, Mark Ruffalo en Rachel Weisz zijn altijd prima en wat er van de plot doorsijpelde voorspelde ook veel fijns. Broers die bebolhoede oplichters zijn, eentje Stephen (Ruffalo) op zoek naar de beste con en anders wel naar de beste kaarttruc aller tijden. De ander, Bloom (Brody), de twijfelaar die genoeg van dit bij elkaar gefantaseerde leventje heeft. Eén probleempje, de recensies die ik vooraf las waren hooguit gematigd enthousiast, forum-regular (en eens een Subjectivist altijd een Subjectivist) Vido Liber was zelfs zeer negatief. En ondanks mijn fanatieke goede wil zit ik daar wat tussenin. The Brothers Bloom begint nog prima, met de schelmse vrolijkheid die een con film nodig heeft. Twee verweesde broertjes die van gezin naar gezin trekken, ondertussen kattenkwaad uithalend. Hun eerste con heeft precies de juiste sprookjesachtige sfeer, met een "mysterieuze" grot en uiteindelijk een gewiekst verdiende stapel bankbiljetten. Zo hoort het. De film switcht naar volwassen tijden, waar kortstondig een eerste probleem opduikt. Eigenlijk heeft Brody veel meer présence en natuurlijk overwicht dan Ruffalo. Ja, zelfs met de melancholie die in Brody's kop geramd zit. Maar Ruffalo is hier de baas, de 'créateur' en het kost hem ongeveer een halve film om dat te laten overtuigen. Brody zit vanaf het begin in een identiteitscrisis wat onmiddellijk voor een aardige scène op een bankje in de vroege morgen zorgt. Brody vertrekt naar Montenegro om de dingen op een rijtje te zitten, iets wat ie gedurende teveel tijdssprongen een paar keer doet. En elke keer moet hij weer uit Montenegro worden opgevist om de haperende plot verder te doen gaan. Zonde. Stephen, die duidelijk veel van zijn broer houdt, plant, samen met z'n zwijgende totaal niet-grappige Japanse assistent annex explosieven-expert Bang Bang (Rinko Kikuchi) nog een laatste, groots opgezette con, waarmee alles dan afgelopen moet zijn. Hier komt Rachel Weisz (Penelope) in beeld, als steenrijke verveelde jongedame met een gigantische hoeveelheid hobby's, maar zonder leven. Zij valt na wat doorzetten van Brody's kant voor zijn charmes en vertrekt met de broertjes op een boot naar Europa. Op de boot vraagt Brody haar ten dans en verdwijnt even om bij de band het verzoekje Bolero in te dienen. Ineens verandert het licht en in een scène die aan de boot der doden scène uit Woody Allen's Scoop doet denken verschijnt er een (zogenaamd) Belgische antiekhandelaar, die het een en ander over de broertjes verklapt. Als je het verklappen kunt noemen, want vanzelfsprekend is hij ook gewoon ingehuurd, in het verhaal uit de hoed van Stephen. De film had veel meer van dat soort surrealistische scènes kunnen gebruiken. Ik bedenk me dat ik eigenlijk iets vergelijkbaars over Synecdoche, New York zei. Het cruciale probleem van deze film is uiteindelijk een zekere kilheid. Die zit al vanaf het begin in de belichting, de film heeft vrij schelle heldere kleuren, terwijl alles gewoon in een donkergoudbruinrood nostalgisch licht had moeten baden. De look is nu te serieus, dat geldt voor Praag waar een groot gedeelte van de con zich afspeelt, maar al helemaal voor 't einde in Rusland. Daar schieten inmiddels gangsters met machinegeweren op de helden, wat deze kijker doet hoofdschudden. Waar is de schwung uit het begin! Dit is toch geen maffia-film! Johnson had beter naar Le Voleur van Malle moeten kijken, waar de dief (toch ook een soort con artist) eveneens gevaar loopt, maar de film z'n huppelende lichtheid consequent behoudt. Uiteindelijk wil ik Johnson, ten slotte wel een inventief en ambitieus scenarioschrijver, dat nog wel vergeven. Al die gewelddadigheid en explosies zorgt uiteindelijk wel voor een mooi en bitter einde, tussen feit en fictie, precies zoals Stephen zou willen. Dat kan de film echter niet meer volledig redden.